Edam betekenis & definitie

gem. aan het IJselmeer, in de prov. N.

Holland ten N. van Amsterdam; opp. 2282 ha, waarin de twee schilderachtige plaatsen E. en Volendam, alsmede het gehucht Katham; ca. 8700 inw., waarvan 62% Kath., verdeeld over de parochies E. en Volendam (dit dorp is geheel Kath.) en 38% Protestant. E. is ontstaan aan de Ee of Jje (Ye), een verbinding van de Purmer met de voormalige Zuiderzee; de dam is gelegd in 1440.

Er is landbouw, veeteelt, industrie (o.a. touwfabr., jute- en cocosfabrieken, samen met ong. 350 arb.; verder zuivel-ind.), handel; er is een tramverbinding met Amsterdam; Volendam leefde tot de afsluiting der Zuiderzee uitsluitend van visscherij en eendenhouderij. Veel vreemdelingenbezoek in E. en Volendam; zie verder ➝ Volendam.van der Meer.

Het belangrijkste bouwwerk te E. is de thans Ned. Hervormde Groote of St. Nicolaaskerk, een na den brand van 1602 tot hallenkerk verbouwde kruiskerk (15e eeuw) van bak- en bergsteen, met schilderachtig laat-Gotisch Zuidportaal, waarboven „librye”; fraaie gebrandschilderde vensters (1606-1625). Van de in 1883 gesloopte O. L. Vrouwenkerk (Begijnhofkapel, 15e eeuw) staat nog de slanke zgn.

Speeltoren (ca. 1925 gerestaureerd). Het raadhuis dateert van 1737. Verschillende oude gevels, w.o. een laat-Gotische houten gevel aan de Achterhaven en een uit de 16e eeuw, van het woonhuis Damplein, thans Stedelijk Museum.

Lit.: Voorloopige lijst Noordholland (1921).

F. Vermeulen.