Doel betekenis & definitie

Gem. aan de N. grens der prov. Oost-Vlaanderen, op den linkeroever van de Schelde.

Opp. 1 957 ha, ingedijkte poldergrond. Ca. 1 650 inw.

Landbouw. Te Doel is de Schelde bij hoog water 1 440 m breed (grootste breedte in België).

De binnenvarende schepen worden te D. uit medisch oogpunt onderzocht en eventueel in quarantaine liggend gehouden. Prosperpolder, 1 051 ha, de grootste landwinning bij indijking in België, is nu met 800 inw. een afzonderlijk parochiedorp.

Tot het grondgebied van D. behoort ook wat overgebleven is van het „verdronken land” van Saaftingen. Blancquaert Doelenstukken of schuttersstukken zijn schilderijen, gemaakt voor de schuttersgilden, voorstellende de officieren en de manschappen. Een typisch Hollandsche kunstuiting, die hier in de 16e en vooral in de 17e eeuw tot grooten bloei kwam.

De oudste zijn van Dirck Jacobsz uit 1529 (Rijks Museum) en van Com. Antonissen uit 1533 (Stadhuis Amsterdam).

Dit zijn nog slechts rijen van portretten zonder innerlijk verband; de ontwikkeling tot een synthetisch geheel is dan duidelijk te volgen via Kethel tot de groote meesters der 17e eeuw, waarvan Rembrandt de kroon spant in zijn Nachtwacht.

Beroemd naast hem zijn v. d.

Helst (Schuttersmaaltijd), Th. de Keyser, G. Flinck, N.

Maes (de grootste collectie in Rijks Museum).Lit.: Al. Riegl, Das holl. Gruppenbildniss, in Wiener Jahrb. (XXIII 1902). Schretlen Doelhoek (mil.) hoek, gevormd door de lijn: oog van den waarnemer-luchtvaartuig, met het horizontale vlak. Is door de beweging van het luchtvaartuig voortdurend aan verandering onderhevig.

De kennis van den doelhoek is noodig voor het bepalen van de vizier(opzet-) hoogte voor een vuuropening. Koppert De doelhoekmeter is een instrument voor het bepalen van den doelhoek. In zijn eenvoudigsten vorm hieronder weergegeven; a — b = richtkant; H = handvat; W = metalen wijzer, draaibaar in het hoekpunt b, vrij slingerend langs den gradenboog. Koppert Doelisten Doelisten werden in de jaren 1748—1749 de heftige vertegenwoordigers der democratische partij te Amsterdam genoemd. Zij ontleenden hun naam aan de Kloveniersdoelen in de Doelenstraat, welke door hen op 9 Augustus 1748 werden bezet en waar zij sindsdien hun vergaderingen hielden. De leden van het groote gilde der scheepstimmerlieden, in de wandeling „Bijltjes” geheeten, sloten zich bij hen aan om herstel der oude gildevoorrechten te verkrijgen, en droegen veel bij tot de onrust, die de Doelisten veroorzaakten. Het rumoerig optreden der Doelisten tegen de zittende regenten vond gedurende eenigen tijd in andere steden weerklank. Tegen het einde van 1749 was de beweging uit. Cornelissen Ferdinand Doelle Minderbroeder; * 7 Sept. 1875 te Birkungen (diocees Paderborn).

Specialiseerde zich in de geschiedenis der Minderbroeders in Duitschland. Hoofdredacteur der Franziskanische Studiën (Paderborn).

Werken: Die Observanzbewegung in der sachsischen Franziskanerprovinz (1918); Arbeiten des kirchenhistorischen Seminars der Franziskaner zu Paderborn (1930); Reformationsgeschichtliches aus Kursachsen. Vertreibung der Franziskaner aus Altenburg und Zwickau (1933).