Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gepubliceerd op 24-04-2019

Depot

betekenis & definitie

Depot - 1° (krijgsk.) in België een onderdeel van het regiment, de divisie of het legerkorps, bestemd om de uitrusting en de wapens van de afgezwaaide manschappen te bewaren en dat naargelang zijn bestemming regimentair hulpdepot, divisie- of korpsdepot geheeten wordt. Naast het depot bestaat het ➝ park, waar het reservematerieel geborgen is.

De wapens en de uitrusting van de tot de mobilisatie van het regiment op te roepen militieklassen berusten bij het hulpdepot, die der overige afgezwaaide klassen, waarmee de reservetroepen samengesteld worden, bij de divisie- en de korpsdepots. In deze laatste worden ingeval van mobilisatie recruten en reservisten opgeleid met het oog op hun inlijving, naarmate van de verliezen, bij de troepen te velde. Dan worden ze depots voor versterking en opleiding (D.R.I.).

V. Coppenolle.

2° Depot noemt men bij een bank de in bewaring genomen waarden. ➝ Bewaargeving.
3° Akte van Depot (Ned. Recht) is een akte, die de notaris opmaakt, wanneer hem een door den erflater eigenhandig geschreven testament, hetzij open, hetzij gesloten, ter bewaring wordt ter hand gesteld (vgl. art. 979 vlg. B.W.). Dunselman.

Belg. Recht. De erflater kan zijn eigenhandig testament in handen van een notaris geven; de akte van d. behoort verder tot de formaliteiten van het besloten testament (art. 976 B.W.). Na het overlijden van den erflater moeten de in een van deze vormen opgemaakte testamenten worden voorgelegd aan den voorzitter van de rechtbank, die ze, na onderzoek, bij een notaris doet deponeeren (art. 1007 B.W.).

V. Dievoet.