Daad van koophandel betekenis & definitie

Daad van koophandel - (Nederlandsch en Belgisch Recht), is o.a. „het koopen van waren, om dezelve weder te verkoopen, in het groot of in het klein, hetzij ruw, hetzij bewerkt, of om alleen het gebruik daarvan te verhuren”. Daarnaast wordt een limitatieve opsomming van andere handelingen gegeven, welke de wet eveneens daden van koophandel noemt, zooals: de commissiehandel, al hetgeen tot den wisselhandel behoort, expeditie van waren, het koopen en bouwen van schepen, aanstelling van scheepsvolk, de assurantie, enz. (Ned.

W. v. K. art. 3; Belg. W. v. K. art. 2 en 3).

De oude, aan den Franschen code de commerce ontleende onderscheiding der handelingen in daden van koophandel en andere is van belang, doordat voor kooplieden (d.w.z. voor hen, die daden van koophandel uitoefenen en daarvan hun gewoon beroep maken) speciale voorschriften gelden, zooals tot het houden van koopmansboeken, die dan echter ook bewijs te hunnen voordeele kunnen opleveren. In procedures over koophandelszaken worden in Ned. meerdere faciliteiten toegekend, zooals kortere termijnen van dagvaardingen meerdere bevoegdheid tot beslaglegging. Ariëns/V. Dievoet In België bestaan bovendien speciale rechtbanken, die o.m. uitspraak doen in alle zaken van koophandel (Belg. Grondw. art. 105 ; Recht, inricht, art. 32 en vlg.; Bevoegdh. in burg. zaken, art. 12 tot 14).