Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gepubliceerd op 24-04-2019

2019-04-24

Cultuurplanten

betekenis & definitie

Cultuurplanten - erfelijkheid bij. Reeds geruimen tijd vóór de wederontdekking der Mendel’sche splitsingswetten, in 1900, hadden de Vilmorin, in Frankrijk, en Hjalmar Nilsson, in Zweden, de stamboomteelt als kweekmethode in de practijk van de ➝ plantenveredeling ingevoerd.

Dank zij echter het moeizame erfelijkheidsonderzoek van de neomendelisten, werden in de eerste decenniën van de 20e eeuw een groot aantal erffactoren van de voornaamste cultuurgewassen bekend, waardoor, voor het kweeken van nieuwe rassen, vroeger niet vermoede mogelijkheden werden geopend. De wetenschap, dat de erffactoren in verschillenden zin kunnen samen werken of elkaars werking onderling kunnen versterken (➝ Cumulatieve polymerie), maakte het den plantenkweeker mogelijk door transgressieteelt doelbewust nieuwe waardevolle rassen te winnen; van groot nut was verder de ontdekking van andere erfelijkheidsverschijnselen als de kryptomerie, de factorenkoppeling, de crossing-over. Over het algemeen is bij de zelfbestuivende gewassen de ontleding van het erfelijk patrimonium verder gevorderd dan bij de vreemdbestuivende en de een- en tweehuizige. Dit is hieraan te wijten, dat de F1-, de F2- en de F3-generaties van allogame planten niet vrij mogen uitbloeien, wat bij de autogame wel het geval is. Verder verdragen niet alle vreemdbestuivers de gedwongen zelfbestuiving, waardoor het onderzoek van de erfelijke eigenschappen sterk bemoeilijkt kan worden. De genetisch best gekende cultuurgewassen zijn o.a.: de boomwol (Gossypium), de boon (Phaseolus), de erwt (Pisum), de gerst (Hordeum), de haver (Avena), de kool (Brassica), het leeuwenmuiltje (Antirrhinum), de maïs (Zea), de tabak (Nicotiana), de tarwe (Triticum), het vlas (Linum).

Een uitgebreide bibliographie van de erfelijkheid bij landbouwgewassen vindt men in de 5 dln. van Fruwirth’s Handbuch der landw. Pflanzenzüchtung; ook bij Hayes en Garber, Breeding Crop Plants (1927); voor tuinbouwgewassen raadplege men o.a. J. Becker, Handbuch des gesammten Gemüsebaues (1924); voor fruitboomen F. Kobel, Lehrbuch des Obstbaus (1931). Sinds 1924 verschenen tien deelen van Bibliographia Genetica, waarin o.a. de erfelijkheid van een aantal cultuurgewassen behandeld is. Verder geeft Resumptio Genetica een volledig bibliographisch overzicht van de genetische, eugenetische en cytologische publicaties, terwijl de nieuwste opzoekingen in verband met de erfelijkheid bij cultuurgewassen vooral in de volgende tijdschriften te vinden zijn: Zeitschrift für induktive Abstammungsund Vererbungslehre, Journal of Genetics, The Journal of Heredity, Genetics, Genetica, Hereditas, Zeitschrift für Pflanzenzüchtung, Die Gartenbauwissenschaft, Der Züchter.

Dumon.