Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gepubliceerd op 24-04-2019

2019-04-24

Contrôle

betekenis & definitie

Contrôle - in de huishoudingen, meer speciaal in de ondernemingen, is te onderscheiden 1° naar haar strekking, in technische en economische controle;

2° naar de organen, die de controle uitoefenen, in interne en externe c.;
3° naar het al of niet verplicht karakter, in gedwongene en vrije contrôle.

Technische contrôle.

De interne technische c., te zamen met een deel van de interne economische c. de zgn. bedrijfscontrôle vormend, heeft ten doel de verschillende technische voorwaarden van het bedrijf te onderzoeken, alsmede de technische eigenschappen van voortgebrachte goederen en diensten.

De gedwongen externe technische c., uitgevoerd door organen, die buiten de huishouding staan, is meestal een uitvloeisel van wettelijke bepalingen, ten doel hebbend te waken tegen bedrijfsongevallen, voor de gezondheid van den arbeider e.d. Wetten, waarin in een dergelijke c. is voorzien, zijn o.a. de veiligheidswet, de arbeidswet, de stoomwet, de electriciteitswet.

De vrije externe technische c. heeft eveneens betrekking op de technische voorwaarden van het bedrijf, het onderzoek van grondstoffen en producten, van apparaten en machines. Zij wordt uitgevoerd door de zgn. technische bureau’s, terwijl ook speciale research instituten deze taak tot zich hebben getrokken. Een bijzonderen vorm van deze contrôle krijgt men, wanneer een industrietak gemeenschappelijk overgaat tot het in het leven roepen van een dergelijk bureau, waaraan ontegenzeglijk voor belanghebbenden zeer groote voordeelen zijn verbonden.

Economische contrôle.

De interne economische contrôle heeft een tweeledig doel, nl. de voortdurende c. van kosten en opbrengsten en hun onderlinge verhoudingen, zoowel voor het afzonderlijke product, handeling, bewerking of afdeeling, als voor een periode, en daarnaast de controle der administratieve verantwoording, ten doel hebbend te waken tegen onjuistheden in die verantwoording en tegen misbruik van de aan de verschillende organen toegekende bevoegdheden. Behalve door het instellen van speciale c.-organen, wordt deze laatste c. vooral bewerkstelligd door organisatorische maatregelen, neerkomend op een splitsing tusschen beschikkingsmacht over waarden en hun verantwoording en op een zoodanige arbeidsverdeeling, dat de verschillende kanten van een voorval door afzonderlijke, zelfstandige organen worden verwerkt, waardoor de bestaande overeenstemming tusschen de door die organen geproduceerde cijfers een bijzondere beteekenis krijgt. De c. van kosten en opbrengsten vormt te zamen met de technische c. de bedrijfscontrôle. Belangrijke hulpmiddelen bij deze c. zijn de kostprijsberekening en de bedrijfsbegrooting.

De verplichte externe economische c. vindt wederom haar grond in wettelijke bepalingen ter bescherming van de economische belangen van belangrijke bevolkingsgroepen, zooals dit bijv. het geval is met de wet op het levensverzekeringsbedrijf en het daarin voorziene toezicht der verzekeringskamer; ter bevordering van de richtige heffing van directe en soms ook van indirecte belastingen met als orgaan den belasting-accountantsdienst; ter bevordering van de richtige uitvoering van politieke maatregelen, met name crisismaatregelen met als voornaamste orgaan den crisis-accountantsdienst.

Een anderen vorm van een dergelijke c. ontmoeten wij bij kartels en belangen-gemeenschappen tusschen ondernemingen, welke c. dan ten doel heeft na te gaan de handhaving van de bepalingen der aangegane overeenkomst tusschen de leden. Voor elk kartel is een dergelijke c. een van de belangrijke bestaansvoorwaarden. In dit verband, nl. bij ondernemingsorganisaties, spreekt men nog wel eens van c. in een geheel andere beteekenis en wel van een soort machtsverhouding, wanneer bepaalde groepen beschikken over een meerderheid van aandeelen of het stemrecht aan zich getrokken hebben. Contrôle bij de N.V. is door de Ned. wet niet imperatief voorgeschreven, door de Belg. wet integendeel wel. ➝ Naamlooze Vennootschap.

Ten aanzien van de verschillende publiekrechtelijke lichamen, gemeente, provincie en staat, bestaan in de desbetreffende wetten verschillende imperatieve controlevoorschriften. ➝ Comptabiliteitswet; ➝ Gemeente; ➝ Provincie; ➝ Staatsbedrijven.

De vrije, externe, economische contrôle, meer bijzonder bekend als de accountantscontrôle, is de contrôle van de administratieve verantwoording door een zelfstandig, objectief deskundige, ten doel hebbend vast te stellen:

1° de al of niet opvolging van de voor de huishouding geldende beheersregeling;
2° de juiste verwerking van de bescheiden in de administratie, en de juistheid van de daaruit voortvloeiende balans- en winstrekening;
3° daardoor den accountant in staat te stellen, zich een oordeel over het gevoerde beheer te vormen en verantwoordelijkheid voor de juistheid der uitgewezen cijfers tegenover derden te aanvaarden.

Het onderzoek richt zich op:

1° den inhoud van de boekingsbescheiden en hun verband tot de beheersregeling;
2° den inhoud van de boekingsbescheiden, bezien vanuit bedrijfseconomisch oogpunt;
3° de verwerking van die bescheiden in de boekhouding. Bij zijn onderzoek wil de accountant de juistheid vaststellen van de door hem te bevestigen cijfers. Voor het onderzoeken dier juistheid wendt hij verschillende technieken aan, die alle te zamen kunnen worden gevat in de leer van de contrôletechniek. De voornaamste methoden zijn de individueele postencontrôle, de totalen- en verbandscontrôles en de steekproeven. De eerste is meestal zeer kostbaar en daardoor practisch niet te gebruiken.

Ze komt eigenlijk neer op een volledige doubleering van de geheele boekhouding. De totalen- en de verbandscontrôles zijn de meest aangewezen methoden en berusten eenerzijds op een doeltreffende interne contrôle en anderzijds op het noodzakelijke verband tusschen de aanteekeningen in de verschillende deelen van de boekhouding. De steekproeven-methode is zeer gevaarlijk om alleen toe te passen, omdat ze eigenlijk a priori veronderstelt dat, wanneer bijv. tien gevallen goed zijn, de overige 1000 ook wel goed zullen zijn. In sommige gevallen kan dit juist zijn, wanneer nl. die tien gevallen een behoorlijke representatieve groep vormen en bovendien de andere gevallen noodzakelijk door dezelfde factoren worden beïnvloed. In de administratieve verantwoording is dat echter niet het geval; de steekproeven kunnen daar slechts worden aanvaard als een hulpcontrôle naast de verbands- en totalencontrôle om ook eenigszins inzicht te krijgen in de samenstelling van het totaal.

Lit.: Alford, Management’s Handbook (91924); Publiekrechtelijke lichamen: Leerb. der Accountancy (I); Nijst en Verbiest, Het Accountantsberoep (1923); Wagenaar, Groeneveld en Reuvekamp, Toelichting op de voorschriften betreffende de inrichting der boekhouding van ontvangers der gemeenten (21926); Accountantscontrôle, Leerboek der Accountancy (IIla); Sternheim, de Accountantscontrôle (Illb 1924); Nijst, de Accountantscontrôle in de Practijk (2 dln. 1929).