Chiapas betekenis & definitie

Chiapas - Zuidelijkste staat van de Republiek Mexico (16° 30' N., 92° 30' W.); opp. 74 415 km2, ca. 520 000 inw. Hoofdstad is Tuxtla Guttierez. De Sierra Madre, welke evenwijdig loopt met de kust van den Grooten Oceaan, vormt de natuurlijke scheiding tusschen het lage, vochtige, boschrijke district aan de grens van den staat Tabasco en de heete en droge kuststreek van den Grooten Oceaan. In het midden een zeer vruchtbaar plateau met mild klimaat, een der beste streken van Mexico, maar in zijn ontwikkeling tegengehouden door geïsoleerde ligging en gebrek aan vervoermogelijkheden. De aanleg van een spoorweg van de landengte van Tehuantepec naar Guatemala, welke heel C. doorkruist, komt de economische en sociale gesteldheid der bevolking zeer ten goede.

Middelen van bestaan: landbouw (achterlijk), veeteelt, houthakkerij, fruitteelt en zoutwinning. Op de kuststrook heeft men met veel succes koffieplantages aangelegd. Goud, zilver, koper en petroleum zijn aanwezig, maar worden weinig gewonnen. Export: mahoniehout (over de Usumacinta-rivier naar de Golf van Mexico), verfhout, vee, huiden, koffie, rubber, fruit en zout. Industrie gering.

De overwegende Indiaansche bevolking behoort tot den stam der Chiapaneken. C. is een bisdom met als bisschopszetel San Christobal. Eerste bisschop was Barth. de Las → Casas. Voornaamste steden: San Cristobal, Tuxtla Guttierez, Las Casas en Comitin. C. behoorde in het kolonisatie-tijdperk tot Guatemala, sloot zich echter uit eigen beweging bij Mexico aan in 1821.

p. Cyrillus.