Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gepubliceerd op 23-04-2019

Centrum

betekenis & definitie

Centrum - 1° (wiskunde) → Middelpunt.

2° Naam van politieke partij en in vsch. landen, afgeleid van de zitplaats van haar afgevaardigden in de vergaderzalen der Kamer. Meest bekend is het Duitsche Centrum. Deze partij streefde naar doorvoering der Katholieke beginselen in Staat en Maatschappij. Reeds in 1848, in het Bondsparlement te Frankfort, zijn er pogingen om een Kath. fractie te stichten, merkbaar. Het gelukte echter pas in 1860 in de Pruisische Kamer, dank zij de gebroeders Reichensperger. In 1870 nam deze „Katholische Fraktion” den naam van C. aan, 1871 ook in den Rijksdag, en weldra kwamen in de Kamers der meeste Duitsche staten C.-fracties tot stand.

In die jaren werd de aandacht van het C. geheel in beslag genomen door den Kulturkampf, die tusschen de Duitsche regeering en het Vaticaan uitgebroken was. Het C. verdedigde beslist de belangen van de Kerk; en sinds 1879 is het aan de winnende hand. Ook in zijn strijd voor het behoud en de ontwikkeling der Kath. scholen was het resultaat zeer bevredigend. Verder trad het C. nog op voor soc. wetgeving, vooral vanaf ca. 1890, voor politieke beroepsvertegenwoordiging en tegen het overdreven militarisme der Duitsche regeering.

Voor den Wereldoorlog kwamen regelmatig een vierde van het aantal Rijksdagszetels aan het C. toe; 1881—1912 was het de sterkste partij. Zijn invloed werd nog grooter, doordat het bijna steeds den doorslag gaf bij iedere coalitievorming. Voorn. leiders waren toen de Reichensperger’s, Windthorst, Mallinckrodt, Hertling, Spahn, Bachem en Erzberger.

Na den Wereldoorlog werd het C. voorgoed regeeringspartij. Onafgebroken was het vertegenwoordigd in alle Rijksministeries van 1918 tot 1932. Het bewaarde zijn vroeger programma met aanvaarding van den republikeinschen staatsvorm en accentueering van zijn soc. streven. In den Rijksdag beschikte het C. over 1/9 tot 1/6 der stemmen. Zijn leidende persoonlijkheden waren Wirth, W. Marx, mgr. Kaas, Stegerwald en Brüning.

Vanaf 1933 was er in den nationaal-socialistischen staat geen plaats meer voor de partijen, al steunden zij nog de regeering zooals het C. Om de opheffing van staatswege te voorkomen, besloot het C. tot zijn ontbinding in Juni 1933.

Lit.: Bronnen: Bergstrksser, Der politische Katholizismus. Dokumente seiner Entwicklung (2 dln. 1922—’24). Verdere lit.: Joos, Die politische Ideenwelt des Zentrums (1928); Schreiber, Z. und deutsche Politik (1924); Kohnen, Z. und Nationalsozialismus (Gelbe Hefte 1932, 766-771). Al deze werken staan op Kath. standpunt. V. Houtte Het Centrum Ned. Kath. volksdagblad, vanaf 1 Mei 1884 te Utrecht uitgegeven.

Van den aanvang af heeft het blad de Christelijk-democratische ideeën voorgestaan. Het was het Schaepmanniaansche orgaan in het laatste kwart van de vorige eeuw. Dr. Schaepman heeft vanaf 1886 aan het blad voortdurend meegewerkt. Terwijl de latere hoofdredacteur P. H. J. Steenhoff van het begin af tot 1932 aan het Centrum verbonden is geweest, was van 1898—1902 dr. Gisbert Brom hoofdredacteur en van 1890—1916 Th. A. Koelman directeur-hoofdredacteur.

Een van de bekende redacteuren is G. Bruna geweest, de bekeerde, scherpzinnige dominee. Tal van vooruitstrevende, thans leidende figuren op politiek, maatschappelijk en kunstzinnig gebied hebben hun debuut bij dit blad kunnen maken. Sedert 1932 is het Centrum orgaan van de Ver. Kath. Pers onder hoofdredactie van Th. F. M. Schaepman.