Censuur betekenis & definitie

Censuur - (Lat. censura), 1° het ambt van Censor, in 443 v. Chr. in Rome ingesteld. Duidde tevens zijn uitspraak aan.

2° In de journalistiek onderscheidt men een geestelijke en een wereldlijke censuur. De eerste is de keuring op moreele of godsdienstige strekking van Katholieke dagbladen en tijdschriften door den daarvoor vanwege de geestelijke overheid aangestelden censor. Deze beoordeeling vindt, voor wat de dagbladen betreft, meestal a posteriori plaats, daar het in onzen tijd van snelle en omvangrijke berichtgeving voor den censor vrijwel onmogelijk is alle artikelen of berichten, welke daarvoor in aanmerking komen, vóór verschijnen te controleeren. De wereldlijke, meestal politieke censuur, keurt de verschijnende dagbladen en periodieken op hun politieken of staatkundigen inhoud. Vooral in tijden van oorlog of gisting wordt op de berichtgeving zeer strenge censuur uitgeoefend. In democratisch geregeerde landen bezit de drukpers volkomen vrijheid, behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet.

Weterings.

3° In het Staatsrecht heet censuur het preventief toezicht van de overheid op openbaarmaking van gedachten of gevoelens door middel van drukpers, tooneel, bioscoop of radio.

Nederland.

Volgens de Grondwet (art. 7) heeft niemand in Nederland voorafgaand verlof noodig om door de ➝ drukpers gedachten of gevoelens te openbaren. Voor boeken, couranten, tijdschriften, enz. kan dus in Nederland geen censuur ingevoerd worden. Een ieder is echter achteraf aansprakelijk voor de strafbare feiten of onrechtmatige daden (opruiing, beleediging, enz.), die hij door zijn publicaties gepleegd heeft. Ten aanzien van tooneelvoorstellingen heeft de burgemeester het recht deze te verbieden, wanneer hij meent, dat zij in strijd zijn met de openbare orde of de zedelijkheid (art. 221 Gem. Wet). Voor films bestaat eveneens een censuur, die uitgeoefend wordt door de Centrale Commissie voor de filmkeuring, die er voor te waken heeft, dat geen films vertoond worden, die in strijd zijn met de goede zeden of de openbare orde.

Bij verordening kan een gemeenteraad nog een plaatselijke nakeuring voorschrijven, terwijl de burgemeester het vertoonen van een film verbieden kan, indien van de vertooning van een goedgekeurde film toch in zijn gemeente ordeverstoring te vreezen is (Wet v. 14 Mei 1926, Stbl. 118). Op radio-uitzendingen bestaat sinds 1930 censuur van de Radio-Omroepcontrôle-commissie, die moet toetsen of de uitzendingen geen gevaar opleveren voor de veiligheid van den staat, de openbare orde of de goede zeden (K. B. v. 3 Juli 1930, Stbl. 272, K. B. v. 27 Febr. 1933, Stbl. 66). De organen, belast met censuur, mogen niet toetsen aan andere belangen dan de wet noemt. Doen zij dit toch, dan maken zij zich schuldig aan ➝ détournement de pouvoir.

Struycken.

België.

De Belgische grondwet heeft een stelsel van nooit geëvenaarde persvrijheid ingevoerd. „De pers is vrij; de censuur kan nooit ingesteld worden” (art. 18). Het verbod is gericht tot de openbare macht: niet alleen tot de uitvoerende, maar ook tot de wetgevende macht. De regel waarborgt volledige vrijheid onder voorbehoud van den eerbied voor de rechten van anderen en mits naleving van de wet op de schrijversrechten.

De grondwet heeft in den oorlogstoestand niet voorzien. Tijdens den oorlog 1914-1918 werd de Belg. pers in het vrij gebleven gedeelte van het land en in de landen van de bondgenooten aan censuur onderworpen.

V. Boon.

Censuur op tooneel door Burgemeester en Schepenen (➝ Gemeentewet). Op films: als op het tooneel. Bovendien een extrakeuringscommissie (Wet van 1 Sept. 1920, K.B. 10 Nov. 1920, 14 Maart 1921, 26 Mei 1921, 4 Jan. 1922 en 11 Mei 1922. Radio-censuur is geregeld volgens de radiowet en door de inrichting van het Nat. Radio Instituut.

4° In het Kerkelijk Recht kan censuur een voorafgaand onderzoek beduiden, hetgeen voor sommige boeken wordt vereischt, opdat zij mogen worden uitgegeven en gelezen (➝ Boekenwetten); het woord censura beteekent echter vooral een straf, welke een gedoopte beloopt, die met boozen wil een kerkelijk gebod overtreedt, en waardoor hij van bepaalde geestelijke goederen wordt beroofd, terwijl hij evenwel na oprecht berouw van de straf móet worden ontslagen.

Drie soorten van censuur bestaan er, nl. de excommunicatie, het persoonlijk interdict en de suspensie. Behalve de paus kunnen slechts zij een censuur opleggen, die in de Kerk voor hun onderdanen wetten kunnen uitvaardigen, bijv. de bisschoppen, conciliën en oversten van reguliere, exempte instituten. Een censuur kan in de wet zijn vastgelegd (a jure) of door een afzonderlijk gebod zijn opgelegd (ab homine); ze kan vanzelf worden beloopen (latae sententiae) of pas na uitspraak van den rechter (ferendae sententiae); de kwijtschelding kan gereserveerd zijn of niet. Nooit wordt een censuur weggenomen tenzij door een absolutie.

Is de censuur niet gereserveerd, dan kan iedere biechtvader in de biecht er van ontslaan. Is de censuur gereserveerd, dan kan per se alleen hij ervan ontslaan, aan wien zij gereserveerd is. In stervensgevaar echter, en in een urgent geval, waarin nl. ergernis of schande dreigt, wanneer men zou moeten wachten tot faculteit gevraagd is aan wie reserveerde, kan iedere biechtvader (in stervensgevaar iedere priester) van alle censuren ontslaan, maar met verplichting van „recursus” binnen een maand tot hem, aan wien de absolutie gereserveerd is, en wel onder straffe van herval in de censuur, na geweken stervensgevaar echter alleen bij censuren, die ófwel heel afzonderlijk zijn opgelegd (ab homine), ófwel heel bijzonder (specialissimo modo) aan den H. Stoel zijn gereserveerd.

Beyersbergen.