Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Gepubliceerd op 18-04-2019

Brasschaat

betekenis & definitie

Brasschaat - Belg. gem. in de prov. Antwerpen aan de lijn Antwerpen-Breda, 11,5 km van Antw.

Opp. 3868 ha; ruim 12 000 inw. Leem- en zandgrond. Schoon aangelegde gem. met heide en bosschen omringd (Peerdsbosch 155 ha). Kaartsche- en Laarschebeken. De gemeente bestaat uit Brasschaat-Centrum (par. sinds 1852: begankenis naar St. Antonius) Brasschaart-ter-Heide (par.), St.

Mariaburg (par. deels op Ekeren), Brasschaat-Rustoord (par.), Donk (par. deels op Ekeren), Drijhoek (kapellanie), de Kaart, Vriesedonk. In Brasschaat-Polygoon: militair kamp en schietplein. Gemeentehuis van Brasschaat, in Vlaamschen stijl, begin 20e eeuw. Kasteelen: ter Mick, v. Brasschaat, Voshol, de Belle, Mishagenhof, Eikelenberg, v. den Donk of Bisschoppenhof, Terborg; St.

Michiels college, voor volledige, oude humaniora, bediend door de Norbertijnen van Averbode. Zusters van St. Jozef van Calass. voor het onderwijs; Zusters van St. Vinc. (gasthuis, en rusthuis van Rustoord), Zusters Maristen van Saint-Prix.

Striels

< >