Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gepubliceerd op 18-04-2019

Branding

betekenis & definitie

Branding - ontstaat, wanneer de golven van de zee of van een groot meer tegen de kust loopen. Is de kust steil met diep water in de onmiddellijke nabijheid, dan ontstaat, echter alleen als de golven met groote kracht tegen de kust oploopen, de klippenbranding.

Bij aflandschen wind of kalm weer is de b. niet merkbaar, de teruggekaatste golven interfereeren met de nieuw aankomende. In de klippenbranding concentreert zich de totale energie van de golven vlak bij de kust, waardoor vooral bij in zee uitstekende rotspunten de kracht van de branding zeer groot kan zijn. Het water wordt tot hoogten van 30 m en meer opgeworpen. Uit metingen van de branding in het Kanaal van Bristol blijkt, dat de grootste energie voor verticale beweging gebruikt wordt; de verticale druk was 7 m boven het wateroppervlak 11 500 kg per m2, de horizontale slechts 137 kg per m2.

Wanneer de kust echter vlak is en nog op grooten afstand van de strandlijn geringe waterdiepten voorkomen, ontstaat de strandbranding. Zoodra de waterdiepte, gemeten van de halve golfhoogte, even groot is geworden als de hoogte van de golf, wordt de heen en weer gaande beweging der waterdeeltjes aan den bodem geremd, de golf wordt korter en hooger, d.w.z. steiler, er is aan de voorzijde niet meer voldoende water om een nieuwe golf te vormen, de voorzijde wordt hol en de kop slaat over. Gewoonlijk ontstaat nu een golfbeweging van geringere hoogte, die dichter bij de kust opnieuw brandt.

Branding wordt ook waargenomen boven veel dieper gelegen ondiepten (Doggersbank, banken van New Foundland). Hier ligt de oorzaak waarschijnlijk in den stoot, die door het plotseling oploopen van den zeebodem de beweging der diepere waterdeeltjes wijzigt. Deze stoot plant zich naar de oppervlakte voort.

Lit.: O. Krümmel, Handbuch der Ozeanografie (II 1911).