Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gepubliceerd op 18-04-2019

Bouman

betekenis & definitie

Bouman - 1° Cornelis, kapitein van de Tienhoven, deed op last van de W.I.C. van 1721 tot 1722 met Jacob Roggeveen op de Arend en Roelof Rosendaal op de Afrikaansche Galei een ontdekkingstocht naar het onbekende gedeelte der wereld, gelegen in de Zuidzee ten W. van Amerika. Zij ontdekten het Paascheiland, deden de Paoemotoe- en Samoa-eilanden aan en bereikten langs de N. kust van Nieuw-Guinee Java. “de Visser”.

2° Johannes, Noord-Nederlandsch architect; * 1708 te Amsterdam, † 1776 te Potsdam. Als bouwmeester van den Pruisischen koning (1732) hield hij toezicht op den bouw der Berlijnsche Poort en het raadhuis van Potsdam en plaatste er, volgens eigen ontwerp, de zgn. Hollandsche huizen. In Berlijn bouwde hij den dom (1747—1750), de Munt, het Invalidenhuis en het paleis van Prins Hendrik (1754—1764), nu universiteit.

Volgens zijn plannen werd de zgn. Ridderacademie geheel omgebouwd. Zijn zoon George Frederik bouwde de oude Koninkl. Bibliotheek (1775—1780).” Knipping”.

3° Martinus Johannes, Ned. musicus; * 29 Oct. 1858, † 11 Mei 1901. Eerst organist, sedert 1887 directeur van de muziekschool te Gouda.

Werken: opera’s (o.a. De Tempeliers, Het Meilief van Gulpen), kooren orkestwerken, kamermuziek, liederen.