Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Gepubliceerd op 20-03-2019

Bewaarschool

betekenis & definitie

Bewaarschool - gebouw, ingericht als bewaar- en opvoedplaats van nog niet leerplichtige kinderen. De inrichting hangt af van het onderwijs-systeem.

Bij de tegenwoordige b. zijn de lokalen ruim, met groote ramen tot dicht bij den vloer of glasdeuren; dikwijls kan de glaswand geheel geopend worden. De gangen breed, met aansluitende garderobes, waarin laag geplaatste kleerhaken. De kindertoiletten overzichtelijk op een rij, alleen gescheiden door lage muurtjes, met tegels op vloeren en wanden. De trappen aangepast aan de kinderen. Buiten is gewoonlijk een overdekte speelplaats en een groote zandbak.

Het gebouw zooveel mogelijk brandvrij, centraal verwarmd, met electrische verlichting. De lokalen huiselijk, kleurig, vroolijk, zonnig, met bloemversiering; linoleum op de vloeren, de wanden beschilderd ofwel betimmerd met teekenborden, kasten, enz. Men onderscheidt klaslokalen en speellokalen; deze laatste vooral ruim, bijv. 8x8 m2. Meestal in de lokalen afzonderlijke aanrechtkeukentjes, waarin de kinderen vrijelijk kunnen wasschen en hun eigen spulletjes beredderen, alsmede kasten voor speelgoed; voor elk kind een eigen vak met eigen kleur; zij zitten in groepjes aan kleine tafeltjes.

Lit.: Moderne Bouwkunst in Ned. (1932), Scholen I en II no. 13-14.

Thunnissen.