Baadje betekenis & definitie

Baadje - verhollandscht uit het Maleische badjoe, de naam van een in de meer beschaafde kringen van Ned.-Indiƫ door mannen zoowel als door vrouwen gedragen soort buisje of jasje met mouwen, meestal van katoen, bij rijken van kostbaarder stoffen. Het woord is in het algemeen Noord-Nederlandsch spraakgebruik overgegaan (op zijn baadje krijgen = klappen, een afstraffing krijgen).

Bij de zeemacht verstaat men onder baadje het bovenkleedingstuk; adelborsten, korporaals en manschappen dragen een blauw baadje, de adelborsten een met staanden rooden kraag. Het wordt normaal open gedragen, onder leergoed echter gesloten. Tot de avondkleeding der officieren behoort een blauw laken of wit dril avondbaadje, het laatste voor warmer streken.