Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Gepubliceerd op 01-04-2019

Atmospheer

betekenis & definitie

Atmospheer - of dampkring, van de aarde. De a. is het luchthulsel, dat de aarde omgeeft en met de aarde medewentelt.

Zij blijft door de zwaartekracht met onze planeet vereenigd.

Hoogte. De a. strekt zich tot ongeveer 500 km boven de aardoppervlakte uit.

Op die hoogte zou onze ijle a. in de uiterst ijle massa van de wereldruimte overgaan.

Het poollicht wordt in de a. tusschen 90 en 600 km, de vallende sterren worden tusschen 50 en 300 km en de schemering wordt tot op 80 km hoogte waargenomen. Registreerballons zijn tot 35 km gestegen en de mensch (Piccard, 1932) heeft 16 940 m hoogte bereikt. De hoogte van de h om o gene a., d.i. de ideale a. met overal dezelfde dichtheid — de normale dichtheid op zeehoogte, is 7 991 m.

Structuur. De a. wordt, volgens de verticale temperatuurverdeeling, in twee lagen verdeeld:

1° eene benedenlaag, de zie tropospheer, waarin de gemiddelde luchttemperatuur met de hoogte, ongeveer 0,6°C per 100 m, afneemt;
2° eene bovenlaag, de zie stratospheer, waarin de temperatuur in verticale richting niet verandert. De gemiddelde temperatuur van de stratospheer is —75° aan den evenaar, —56° bij 60° breedte en —40° aan de polen. Een grensvlak, de zie tropopause, scheidt de tropospheer en de stratospheer op gemiddelde hoogte van 17 km aan den evenaar, 11 km bij 50° breedte en 8 km aan de polen.

Samenstelling. De lucht van de a. is een mengsel van verscheidene gassen.

1° In de tropospheer, op alle hoogten, heeft de droge lucht, d.i. de lucht zonder waterdamp, overal nagenoeg dezelfde samenstelling, uit oorzake van de aanhoudende verticale dooreenwoeling van de tropospheer. 100 volumedeelen droge lucht bevatten 78 dln. stikstof, 21 dln. zuurstof en 1 dl. andere gassen, waaronder 0,94 dl. argon, 0,03 dl. koolzuur, 0,003 dl. waterstof, 0,0005 dl. helium en 0,0006 dl. hypothetisch geocoronium. De hoeveelheid waterdamp verandert zeer, naar tijd en plaats, tusschen de extreme waarden van 0,01 g en 40 g in 1 m8 lucht. In de tropospheer bevinden zich, in onregelmatige verdeeling, waterdeeltjes in vloeibaren of vasten toestand (wolken en neerslag) en stofdeeltjes. Ruim 100 000 stofjes worden in 1 cm3 stadslucht geteld. 2° In de stratospheer zou, volgens de wet van Dalton, het gehalte der lucht aan zware gassen, nl. argon, zuurstof en stikstof, snel afnemen en het gehalte aan lichte gassen, nl. helium, waterstof en geocoronium, toenemen met de hoogte. Men berekende dat 100 volumedeelen lucht bevatten: op 80 km hoogte: 0 dln. argon, 1 dl. zuurstof, 21 dln.

stikstof, 4 dln. helium, 55 dln. waterstof en 19 dln. geocoronium; op 200 km hoogte: 1 dl. helium 50 dln. waterstof en 49 dln. geocoronium en geen zware gassen. In tegenstelling tot het voorgaande zouden stikstof en zuurstof, volgens waarnemingen van meteoren, nog de hoofdbestanddeelen van de a. op 160 km hoogte zijn.

Massa. De massa van de a. wordt berekend op 5,2 trillioen kg. De tropospheer bevat 3/4 van de geheele massa. De verticale verdeeling van de massa wordt door de vermindering van de drukking der a. met de hoogte uitgedrukt. De gemiddelde atmospherische druk in Europa is 760 mm kwik op zeehoogte (zie atmospheer als drukeenheid in dit artikel), 396 mm op 5 km, 193 mm op 10 km, 42 mm op 20 km, 1,92 mm op 40 km en 0,106 mm op 60 km hoogte. 1 m3 droge lucht, bij 0°C temperatuur en 760 mm druk, weegt 1,293 km in eene luchtledige ruimte (soortelijk gewicht = 0,001 293). Het apparaat, waarmee de luchtdruk gemeten wordt, heet barometer.

Toestand. De toestand van de a. wordt uitgedrukt door de meteorologische elementen: de luchttemperatuur, de vochtigheid, de drukking,de beweging, de wolken, de neerslag. De numerieke waarden van die elementen bepalen het weer eener bepaalde plaats.

Beteekenis van de a. voor de aarde. De a. is het levensmidden voor menschen, dieren en planten. Zij verdeelt licht en warmte en plant het geluid en electrische golvingen voort. Al hare bestanddeelen spelen een belangrijke rol: de zuurstof onderhoudt het organische leven en de verbrandingsprocessen; de stikstof tempert de werking van de zuurstof; het koolzuur is onontbeerlijk voor de groene planten; de waterdamp brengt het nuttige water; de stofdeeltjes dienen tot condensatiekernen, enz. De a. is het tooneel van de weerverschijnselen.

De natuurkunde van de a. is de m e t e o r o l o g i e.

L i t.: A. Wegener, Thermodynamik der Atmosphäre Leipzig 1911); F. M. Exner, Dynamische Meteorologie Weenen 21925); N. Shaw, Manual of meteorology (4 dln. Cambridge 1919—1930).