Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gepubliceerd op 02-02-2019

Almanak

betekenis & definitie

Almanak - (Zie Gr.-Arab. almenichiaka), oorspr. kalender met astronomische gegevens; in den loop der tijden zijn de toegevoegde gegevens zoo omvangrijk geworden, dat men het begrip a. thans gewoonlijk onderscheidt van kalender; een kalender wordt echter nog steeds in een a. opgenomen; het verschil is dus niet essentieel, maar hangt af van den omvang der toevoegsels. In de 15e eeuw begonnen de kalenders naam en inrichting van a. te krijgen. De a. gaf allerlei practische gegevens voor de klasse van personen voor wie hij bestemd was. In den tijd der Romantiek raakte de letterkundige almanak in de mode: Muze n-a., iets later ook Zakboekje geheeten, met gedichten als hoofdinhoud.

Ned. Muzen-a. vanaf 1819, Belgische vanaf 1826. Dgl. a. zijn de a. voor verstand en hart (1825), a. voor het schoone en goede (1842). Op het voorbeeld van Gelderland in 1835 hadden in de 19e eeuw alle gewesten hun Volk s-a. Naast een kalender bevatten zij practische wenken vooral in verband met landbouw e.d. en voorts artikelen op het gebied van gewestelijke geschiedenis en folklore, vertellingen en verzen. Ze herinneren aan de arcadia-literatuur. In Vlaanderen de almanak van Snoek en soortgelijke. ,,Het Manneke uit de Mane” speelde een groote rol in de West-Vlaamsche Blauwvoeterie. Nog in 1925 had men er een in Fransch-Vlaanderen: Tisje Tasje’s a. voor Haezebroek en Duinkerke.

In 1852 begonnen Alberdingk Thijm en van Nouhuys hun Volks-a. voor Ned. Katholieken (Noord en Zuid), in 1891 Thijm en J. Sterck den a. voor Ned. Kath. als voortzetting van het jaarboekje van Alb. Thijm. In 1847 verscheen voor het eerst het Handboekje voor de zaken van den R.K. Eeredienst, voorloojier van den in 1875 begonnen, nu nog uitkomenden Pius-a. Aanvankelijk bevatte deze naast een kerkelijken kalender opgaven over den toestand der geheele en Ned.

Kerk, geschied- en letterkundige bijdragen, die allengs moesten vervallen om den toenemenden omvang. Over het algemeen is dit laatste het geval met alle a. Louter voor de practijk zijn bijv. Pyttersen’s Staats-a. (1933 34e jg.) en de Regeerings-a. voor Ned. Indië. Min of meer letterkundig gedragen zich nog thans de studenten-a. en de missie-a., door vele missiecongregaties uitgegeven.

Lit.: G. D. J. Schotel, Vaderl. Volksboeken en Volkssprookjes tot 1800 (2 dln. Haarlem 1874). v. d. Eerenbeemt