Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

Gepubliceerd op 02-01-2020

UTRECHT

betekenis & definitie

belangrijk centrum van kerstening, bezat ca. 600 reeds een Frankische kapel, op de fundamenten waarvan St. Willibrord een kerkje bouwde, aan St.

Maarten gewijd. Als bisschop bouwde hij er de St.

Salvator. Utrecht werd toen zetel van een bisdom (suffragaan van Keulen), dat geheel het tegenwoordige Nederland omvatte behalve het deel ten Z. van de Waal, de Achterhoek en de Groninger Ommelanden.

In de gde eeuw werd de bisschop verjaagd door de Noormannen; zo verbleef St. Radboud in Deventer.

Eerst zijn opvolger Balderik (918-976) kon naar Sindsdien ontwikkelde de stad zich tot geestelijk middelpunt van Nederland ten N. van de grote rivieren. Zij telde 5 kapittelkerken en o.a. een beroemde domschool.

Tegelijk ontwikkelde zich door schenkingen de wereldlijke macht der bisschoppen van het „Sticht”, welke eindigde met de overdracht ervan aan Karel V in 1528. Bij de nieuwe kerkelijke indeling in 1559 werd Utrecht aartsbisdom.

Eerste, en voorlopig laatste, aartsbisschop was Frederik Schenck van Toutenburg (1561-1580).

In 1580 werd de uitoefening van de katholieke godsdienst in Utrecht verboden; de kerkgebouwen kwamen in protestants bezit; in de plaats van de Utrechtse kerkprovincie kwam de Hollandse Missie (zie ook Nederland).

In 1633 werd door de apostolische vicaris Philippus Rovenius het zgn. Utrechtse vicariaat (kapittel) opgericht, dat later (begin 18de eeuw) door zijn houding in het conflict rond Petrus Codde een belangrijk aandeel had in het ontstaan van het „Utrechtse schisma” (zie Oud-Katholieke Kerk).Bij het herstel der kerkelijke hiërarchie in 1853 werd Utrecht opnieuw aartsbisdom (zie kaartje bij Nederland). Het telde in 1955 23 dekenaten en bijna 400 parochies. De 6de aartsbisschop sinds het herstel (66ste bisschop sinds Willibrord) was Johannes Karel, de Jong (sedert 1931). Na diens overlijden in 1955 werd mgr. B. J.

Alfrink (sedert 1951 reeds coadjutor) op 3 Nov. tot zijn opvolger benoemd, nadat het bisdom Groningen opnieuw was opgericht en afgesplitst van het aartsbisdom. P.M.