Katholicisme encyclopedie

Prof. dr. J.C. Groot (1955)

Gepubliceerd op 02-01-2020

SLANG

betekenis & definitie

is in de antieke wereld een dier, dat met gemengde gevoelens omringd werd. Enerzijds is het een vijand, die gevreesd wordt en daardoor ook symbool van het kwaad; anderzijds is het een levensdier, dat het telkens spontaan zich openbarende leven der aarde representeert (vgl. de slang van Asklepios, god der geneeskunde).

Uit de Bijbel blijkt, dat men in Israël de tweeledige functie gekend heeft. Volgens Gen. 3 : 1-15 is de listige slang de verleider van Eva en daardoor de oorzaak van ongehoorzaamheid en straf; de verhaler zal de duivel de „travestie” van een slang hebben gegeven omdat de slang een grote rol vervulde in de afgodische cultus van Kanaän, en afgoderij was de meest verleidelijke zonde voor Israël. In de tempel te Jerusalem werd echter een koperen slang vereerd tot in de dagen van Ezechias (2 Kon. 18 : 4), waarvan men zeide, dat deze reeds in de woestijn was opgericht door Moses om het volk van slangenbeten te genezen (Num. 21 : 9). Jo. 3 : 14 brengt deze slang in verband met de verhoging van Christus. In het algemeen wordt in de Bijbel de slang in ongunstige zin opgevat. M.

A. B./J. V. D.

< >