is een vierkante, lage baret met drie of vier opstaande kammen (als aanvatsels), welke door geestelijken bij sommige gedeelten van de liturgische plechtigheden wordt gedragen. De huidige vorm dateert uit de 16de-i17de eeuw.
De kleur ervan is voor gewone geestelijken zwart, voor bisschoppen en enkele andere prelaten paars of violet, voor kardinalen rood, voor de paus wit. Ook de Norbertijnen . („Witheren") dragen een witte bonnet.