Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

Gepubliceerd op 02-01-2020

AMSTERDAM

betekenis & definitie

dat aanvankelijk parochieel wel tot Ouderkerk behoorde, werd in 1306 een afzonderlijke parochie, na de bouw van de Oude kerk op het tegenwoordige Oudekerksplein. In de 15de eeuw werd deze kerk aanmerkelijk uitgebreid.

De bouw van de Nieuwe kerk werd begonnen in 1414, nadat de stad in 1408 in twee parochies verdeeld was. Aan het Rokin stond de Nieuwezijdskapel, gesticht ter gedachtenis van het Mirakel van Amsterdam (zie Stille Omgang).De oudste kloosterlijke nederzetting is wel die van de Franciscanen op de Oudezijds Achterburgwal, die reeds in 1304 kan gesticht zijn. Reeds in 1307 is er sprake van Begijnen. Zij vestigden zich in 1389 op het nog bestaande Begijnhof. In 1394 stichtten Kartuizers hun klooster Portus Salutis buiten de Haarlemmerpoort, toegewijd aan St. Andreas. De naam Kartuizerkerkhof in de Jordaan herinnert nog aan de vestiging. Aan de Reguliere Kanunniken, gesticht in 1390, herinneren nog de Reguliersbreestraat en de Reguliersgracht.

De Hervorming vond in de drukke koopstad al spoedig aanhangers. Tijdens en na het Wederdopersoproer in 1538 bleef de stad tot aan de Satisfactie op 8 December 1578 trouw aan Spanje en aan het katholieke geloof, ofschoon de Hervorming veld won (Adriaan Pauw, P. C. Hooft). Reeds na een paar maanden, 26 Mei 1579, volgde de Alteratie: met verkrachting van het bij de Satisfactie bepaalde werd het bestuur door de Calvinisten in handen genomen, de katholieke burgemeesters (Buick) werden buiten de stad gebracht, en hetzelfde lot trof de katholieke priesters en de Franciscanen. De kerken werden ingericht voor de gereformeerde godsdienstoefeningen.

Volgens Van Teylingen S. J. is het aan het persoonlijk ingrijpen van Willem van Oranje te danken, dat de Nieuwezijdskapel met haar herinnering aan het Mirakel van 1345 aan totaal verval ontsnapte.

De toestand van de Katholieken was totaal veranderd. Er is een verhaal, dat op de dag zelf van de Alteratie een franciscaner pater in de stad terugkeerde. Hoe dit ook zij, feit is, dat franciscaanse en andere priesters spoedig in het geheim katholieke godsdienstoefeningen hielden in particuliere huizen; maar de grote meerderheid van de bevolking ging gaandeweg voor de Katholieke Kerk verloren. Toch duurde het niet lang, of er kwam verademing. Na 1580 nam het aantal priesters gaandeweg toe. Sibrandus Sixtius, proost van het (nog voortbestaande) Haarlemse kapittel, werkte ijverig en hield godsdienstoefeningen in een min of meer tot kerk ingericht huis op de hoek der Heintje-Hoekssteeg, later verbouwd en tot schuilkerk ingericht.

Het huis is na de bouw van de grote St. Nicolaaskerk ingericht als museum: O.L. Heer op Solder. Zijn opvolger, Leonardus Marius (overleden 1652) was in Amsterdam een geziene figuur, die het aanzien van de Katholieken in de stad verhoogde. Hij speelde een rol in de overgang van Joost van den Vondel. In 1619 kwam pater Van Teylingen in Amsterdam.

Hij stichtte er de ,,Papegaai”, onder patronaat van St. Josef. In dezelfde tijd kwamen Dominicanen en Augustijnen; in het midden van de 17de eeuw werd het aantal Katholieken in Amsterdam geschat op 16 000 bij een bevolking van 200 000. De positie van Amsterdam als grote koopstad maakte tolerantie tot noodzaak. Gaandeweg breidde het aantal kerken zich uit, maar het moesten „schuilkerken” zijn, d.w.z. dat men van buitenaf niet kon zien dat er een kerk was. De kerkgebouwen gingen schuil achter pakhuizen en winkels.

Zo gingen de namen van die profane gebouwen over op de kerken: men vond de „Papegaai”, de „Boom”, het „Stadhuis van Hoorn”, de „Posthoorn”, de „Krijtberg”, de „Zaaier”, de „Duif” enz. Op een ogenblik waren er niet minder dan veertig van zulke kleine kerkjes.

De verwikkelingen rond Jansenius hadden ook invloed in Amsterdam. Toen in 1724 de droeve afscheiding plaats had van de Oud-Katholieken, gingen zeven Amsterdamse staties met het schisma mee. De voornaamste was die op de Brouwersgracht, die tot 1953 in gebruik bleef.

Na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie werd in Amsterdam een parochie-indeling gemaakt. Ontvolking der binnenstad maakte menige kerk overbodig. Die werden verplaatst naar de stadsuitbreiding. Thans heeft Amsterdam ca. 200 000 Katholieken, 29 parochiekerken, 4 alg. hulpkerken, terwijl er voor het nieuwste stadsgedeelte verschillende op het bouwprogram staan. Het onderwijs wordt verzorgd in tientallen scholen voor L.O. en vier voor V.H.M.O. w. N.