Jules Grandgagnage

Schrijver, vertaler

Gepubliceerd op 20-07-2021

Substantie

betekenis & definitie

Substantie (van het Latijn: substantia, 'wat op zichzelf staat') is een centraal begrip uit de westerse metafysica, waarmee het wezen, de drager van eigenschappen wordt bedoeld.

Aristoteles introduceerde het begrip in zijn tekst 'Categoriae' over de bestaande grondvormen of categorieën. Nadien speelde het ook in de middeleeuwen en in de filosofie van de 17e en 18e eeuw een grote rol. Zo omschrijft René Descartes het aan het begin van de moderne filosofie als "iets dat slechts zichzelf nodig heeft om te bestaan."

ARISTOTELES
Aristoteles (384-322 v.Chr.) gebruikt de term substantie voor het individuele ding, bijvoorbeeld een hamer of een mens. Het individuele ding bestaat uit zichzelf. Het is niet afhankelijk van iets anders om te bestaan. De substantie in een hamer is de basis van de enkele hamer. Het is wat de individuele hamer deze specifieke hamer maakt.

Aristoteles' concept van substantie heeft invloed gehad op de leer van de transsubstantiatie in de katholieke Kerk. Deze doctrine stelt dat er bij het sacrament een transformatie is van de substantie van het brood in de substantie van het lichaam van Jezus Christus, en dat er een transformatie is van de substantie van de wijn in de substantie van het bloed van Jezus Christus.

DESCARTES
Descartes (1596-1650) gebruikt het begrip substantie voor twee fundamentele en wezenlijk verschillende delen van de werkelijkheid: bewustzijn en materie (de denkende substantie en de materiële substantie). Hij gebruikt de term in verband met zijn dualistische visie op de mens: de mens is een dubbelwezen, samengesteld uit de denkende substantie (de ziel) en de materiële substantie (het lichaam). De ziel kan dus niet vanuit het lichaam worden verklaard en het lichaam niet vanuit de ziel.

Bronvermelding