Psyche betekenis & definitie

In de jungiaanse psychologie wordt de persoonlijkheid als geheel de "psyche" genoemd. Alle gedachten, gevoelens en gedragingen, bewust of onbewust, maken daar deel van uit. Volgens Jung is de persoonlijkheid oorspronkelijk een geheel. Psychoanalyse helpt volgens Jung om deze samenhang en harmonie te bewaren of te herstellen.

Delen van de psyche volgens Jung:

I. Het bewustzijn - Wat de mens kent, en uitsluitend kent, is zijn bewustzijn. Het bewustzijn bij het kind groeit elke dag door toepassing van de al beschreven mentale functies van het denken, voelen, de gewaarwording en de intuïtie.

I.1 Het Ik - De organisatie van het bewustzijn, dat uit waarnemingen, herinneringen, gedachten en gevoelens bestaat. Het Ik selecteert daarbij psychisch materiaal uit de ervaringen waarmee het te maken krijgt. Voor een deel wordt dit bepaald door iemands persoonlijkheidstype: zo zal een 'gevoelstype' gemakkelijker emotionele ervaringen tot het bewustzijn toelaten dan een 'denktype'. Door het Ik verkrijgt de persoonlijkheid zijn identiteit.

II. Het persoonlijk onbewuste - De ervaringen die niet tot het bewustzijn worden toegelaten verdwijnen niet uit de psyche, maar worden opgeslagen - zo zegt Jung - in het persoonlijk onbewuste. Ook verdrongen beleefde ervaringen zoals persoonlijke conflicten en angstige gedachten komen hier terecht.

II.1 Complexen - Bepaalde inhouden van het persoonlijk onbewuste kunnen zich verbinden tot complexen. Jung kwam deze complexen op het spoor met woord-associatie-experimenten. Een voorbeeld dat Jung geeft is het moedercomplex, waarbij iemand overdreven gevoelig is voor alles wat met zijn moeder te maken heeft.

III. Het collectief onbewuste - het is met deze theorie dat Jung zich van Freud onderscheidt, die immers ook al begrippen als bewust, onbewust en verdringing hanteert. De inhouden van het collectief onbewuste noemt hij archetypen.