Jules Grandgagnage

Schrijver, vertaler

Gepubliceerd op 07-04-2020

Numerologie

betekenis & definitie

Numerologie is de studie van getallen die tracht iemands kenmerken, talenten, drijfveren en levenspad te achterhalen vanuit de veronderstelling dat er een zinvol verband bestaat tussen iemands persoonlijke getallen en wat hem in zijn leven overkomt.

Methode

Numerologie is misschien wel de makkelijkst te begrijpen waarzegkunst. Alles wat men nodig heeft als "numeroloog", is de geboortedatum en de volledige naam van een persoon om een numerologische analyse te kunnen maken:

De letters worden in getallen omgezet volgens hun positie in het alfabet; a=1, b=2 enz. en vervolgens opgeteld om een significant "persoonlijk getal" te krijgen. De enige getallen waar mee gewerkt wordt zijn 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 11 en 22. Andere getallen worden gereduceerd door de cijfers van dat getal op te tellen. 11 en 22 zijn "meestergetallen" en worden niet verder herleid (naar 2 en naar 4). De theorie luidt dat elk van die getallen aparte eigenschappen en trillingen heeft die overeenkomen met de persoon.

Een van de meest gebruikte numerologische getallen is het Levenspad-getal. Het wordt verkregen door de cijfers van de geboortedatum (dag-maand-jaartal) op te tellen. Bijvoorbeeld: iemand die op 18 december 2000 geboren is (18/12/2000) heeft het Levenspad-getal 18+12+2=32/herleid naar 5).

Om iets met die sommen te kunnen doen, moet men natuurlijk weten hoe die getallen in de numerologie worden beschreven en wat ze over een persoon zouden kunnen vertellen. Iemand 5 als Levenspad-getal zou bijvoorbeeld in zijn leven streven naar vrijheid, veelzijdig en avontuurlijk zijn, terwijl iemand met het getal 4 eerder praktisch, nuttig, betrouwbaar wil zijn in dit leven.

Numerologische sleutelwoorden bij de getallen

- "1": individualist, pionier, doordrijver, initiator, wilskracht, leiderschap; ook: impulsief, dominerend, egoïstisch
- "2": samenwerking, aanpassingsvermogen, bescheiden, oprecht; ook: verlegen, angstig, depressief
- "3": expressief, fantasierijk, artistiek, levensgenieter; ook: versnipperd, overdrijven, humeurig
- "4": ordelijk, praktisch, wetenschappelijk, organisatorisch sterk; ook: koppig, niet soepel, ernstig, traag
- "5": aanpassingsvermogen, ondernemend, veelzijdig, vindingrijk; ook: rusteloos, ontevreden, overhaastig
- "6": verantwoordelijk, zorgend, voedend, evenwichtig; ook: zelfingenomen, koppig, bemoeiziek
- "7": intelligent, onderzoekend, analytisch, charmant; ook: gereserveerd, geïsoleerd, sarcastisch
- "8": de politicus, autoriteit, beslissingen, leider; ook: workaholic, materialistisch, ongeduldig
- "9": de filantroop, hartelijk, vriendelijk, artistiek; ook: versnipperd, slordig met geld, aandacht zoeken

"11" en "22" zijn te vergelijken met respectievelijk "2" en "4", maar wijzen op een meer spirituele inhoud ("11") en grootsere verwezenlijkingen ("22").

Bronvermelding