Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

Gepubliceerd op 10-08-2020

2020-08-10

suizen

betekenis & definitie

('suizən) (suisde, heeft gesuisd)

1. zacht blazen : het windje suist in de bladeren. Syn. → bruisen.
2. tuiten : mijn oren - of het suist mij in de oren.
3. zingen van kokend water.