Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

Gepubliceerd op 18-02-2020

speler

betekenis & definitie

('spe:lər) m. (-s) hij die speelt inz. (I 2)

1. (a a): domino-, kaartspeler; een zijn, veel van het spel houden.
2. (b a) : toneelspeler.
3. (c) : harp-, vioolspeler. _