Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

Gepubliceerd op 12-02-2020

nazaat

betekenis & definitie

('na:) m. (...zaten) [zaat, ingezetene] 1. Eig. nakomeling.

Syn.→ afkomeling. 2. Metn. nakomelingschap.