Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

Gepubliceerd op 12-02-2020

nagelen

betekenis & definitie

('na:gəlan) (nagelde, heeft genageld)

1. met nagels bevestigen, vastspijkeren: een plank -; Jezus werd aan het kruis genageld; ergens aan, op genageld zitten, er onbeweeglijk aan, op vastzitten. ➝ grond.
2. zo knikkeren dat de knikker met de nagel van de duim wordt voortgeschoten.

< >