Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

Gepubliceerd op 12-02-2020

maatschappij

betekenis & definitie

(ma:tschap'pij) v. (-en) [→ maat (handlanger)] vereniging nl

1. van personen die het kapitaal leveren voor een nijverheids- of handelsonderneming: direkteur van een -; een oprichten, stichten; een koöperatieve -; een van brandassurantie, van levensverzekering
2. genootschap tot beoefening van letteren, kunst, wetenschap, filantropie enz.: de der Nederlandse Letterkunde te Leiden; muziek-; de Zuidnederlandse van Taalkunde; een van weldadigheid; de tot Nut van ‘t Algemeen. Syn. → bond
3. vereniging van mensen in kleiner of groter bestek, samenleving: een kleingeestige, burgerlijke, middelmatige -; een hoge plaats in de innemen; de grote menselijke -; een bruikbaar lid der -.