Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

Gepubliceerd op 30-06-2020

konsul

betekenis & definitie

m. (-s) [Lat.]

I. Eert.
1. hoogste regeringspersoon in de Oudromeinse republiek, 509-31 v. K.
2. elk der drie hoogste regegeringspersonen in de nieuwe Franse Republiek 1799-1804.

II. Tgw.

1. vertegenwoordiger van een staat in de vreemde inz. voor de handels- en verkeersbelangen: onze in de Verenigde Staten.
2. Uitbr. persoon die de belangen van een vereniging op een bepaalde plaats behartigt: de van een voetbalbond.

< >