Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

Gepubliceerd op 30-06-2020

feitelijk

betekenis & definitie

('feitәlәk)

I. bn. en bw.
1. Recht, daadwerkelijk: -e aanranding.
2. werkelijk: de -e toestand; gelijkheid rechtens en -.

II. bw. inderdaad, welbeschouwd: heeft hij ongelijk.