Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

Gepubliceerd op 30-06-2020

Duitsland

betekenis & definitie

('duits) o. [land der Duitsers] rijk in Europa Hoofdstad : Berlijn.

I. AARDRIJKSKUNDIG
1. Oppervlakte 368.371 km2.
2. Bodemgesteldheid.
1. Hoog-Duitsland of het Alpengebied met de Zugspitze als hoogste top (2963 m).
2. Midden-Duitsland waar o.a. de Jura, het Bohemer Woud, het Ertsgebergte, de Sudeten, het Thuringer Woud en de Harz het geraamte van vormen.
3.De Noordduitse Laagvlakte.
3. Klimaat.

In 't westen meer zeeklimaat, in ’t oosten meer landklimaat, met de overgang daartussen.

4. Delfstoffenrijk.

Men vindt vooral steenkool en ijzererts in het Ruhr-bekken, het Saar-bekken, in Saksen, Silezië en Bohemen; bruinkool in Midden Duitsland.

5. Plantenrijk.
51 % van het land is bouwland, 26 % bos, 17 % grasland, 6 % woeste grond.
6. Dierenrijk.

Typisch zijn nog de wolf, het everzwijn en de arend in de Alpen.

7. Bevolking.
72.000.000 inw. waarvan 52.000.000 in West-Duitsland (Britse zone : 26 milj., Amerikaanse: 18, Franse:8) en 20.000.000 in de Russische zone.
8. Middelen van bestaan.
9. Godsdiensten.
62 % Evangelischen (luthersen), 32 % katolieken.
10. Bestuur.

Sedert het einde van de Tweede Wereldoorlog, worden de algemene Duitse aangelegenheden geregeld door een Raad der 4 geallieerde machten, die zijn zetel heeft te Berlijn.

II. GESCHIEDKUNDIG

1. Oudheid en Middeleeuwen.

Ten tijde van Caesar (Iste eeuw v.K.) trokken de Germanen, die de Kelten immer meer westwaarts hadden gedrongen, over de Rijn. Drusus ondernam een veldtocht tegen hen, maar zijn veroveringen werden door de bevrijdingsoorlog van Arminius 9 n.K., te niet gedaan. Allengs vormden zich de kleine Germaanse stammen tot grotere : Alamannen, Saksers, Beieren, Franken, waarvan de laatsten in het begin der Vde eeuw Gallië veroverden en er het Frankische Rijk stichtten. Het eigenlijke Duitsland ontstond door het Verdrag van Verdun (843), waarbij Lodewijk de Duitser, uit het geslacht der Karolingers, Oost-Frankenland verkreeg. Onder zijn opvolgers verbrokkelde het Rijk en ontwikkelde zich de zelfstandige macht der hertogen. Een onder hen, Hendrik I, werd 919 tot koning gekozen.

Otto I de Grote werd 962 tot keizer gekroond en verenigde de keizerlijke waardigheid met het Duitse koningschap. Een ander beroemd keizer is Hendrik IV uit het door de Investituurstrijd bekende Frankische Huis. De regering der rijkbegaafde en machtige Hohenstaufen (1138-1254) vooral die van Frederik I Roodbaard, Hendrik VI en Frederik II is, niettegenstaande hun felle strijd met het pausdom, het schitterendste tijdperk in de Duitse geschiedenis. Hierop volgde het Interregnum (1256-1273), tijdens welk het keizerlijk gezag verdween en het Rijk in een menigte van min of meer onafhankelijke staten en staatjes dreigde uiteen te vallen. Rudolf I van Habsburg (1273-1291) redde weliswaar de toestand, maar zijn streven en dat van zijn opvolgers om zijn macht, door het uitbreiden van zijn familiegoederen te steunen, verwekte de achterdocht der rijksvorsten en veroorzaakte een voortdurende wisseling van keizerlijke geslachten. Karel IV van Luxemburg vaardigde 1356 de Gouden Bul uit, die de keizerskeuze regelde en stedenverbonden verbood, vermocht echter niet de Hanze tegen te streven.

In 1437 herwonnen de Habsburgers de troon. Frederik III is de laatste te Rome (1452) gekroonde keizer. Maximiliaan I die 1477, door zijn huwelijk met Maria van Boergondië, de Boergondische landen (o. a. de Nederlanden) verkreeg en door uithuwelijking van zijn zoon en kleinzoon, de aanwerving van Spanje met zijn kolonies, van Hongarije en van Bohemen voorbereidde, legde de grondslag voor het wereldrijk van Karel V.

2. Nieuwe Tijd.

Het rijk van Keizer Karel (V) was zo uitgestrekt dat ,,de zon er niet in onderging”. Karel handhaafde tegen Frans I van Frankrijk zijn Nederlandse en Italiaanse bezittingen, onderdrukte door zijn broeder Ferdinand, die hij tot stadhouder in Duitsland had benoemd, de Boerenkrijg 1524-1525, versloeg de protestanten in de Schmalkaldische Oorlog (1546-1547); doch een samenzwering (1552), gesteund door Frankrijk, dat hierbij Metz, Toul en Verdun verkreeg, dwong hem tot de Godsdienstvrede van Ausburg (1555). Onder Rudolf II kwam de katolieke tegenhervorming op ; de partijen organizeerden zich in de Protestantse Unie (1608) en de Katolieke Liga (1609), en onder Matthias brak 1618 de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) uit. Deze teisterde het land, veranderde het in een statenbond en eindigde met het verlies van de Nederlanden en van Zwitserland. Leopold I moest aan Lodewijk XIV van Frankrijk 1681 de Elzas afstaan, versloeg de Turken en erkende 1701 Frederik Willem van Brandenburg als koning van Pruisen. Met Karel VI, onder wie 1738 Lotharingen aan Frankrijk verloren ging, stierf het Habsburgse Huis uit.

Door de Silezische Oorlogen veroverde Frederik de Grote van Pruisen, Silezië. Na de schijnregering van Karel VII van Beieren 17421745, tijdens de Oostenrijkse Erfopvolgingsoorlog, | kwam de keizerskroon aan het Huis Habsburg-Lotharingen. De poging van Jozef II (1765-1790) om het Oostenrijkse overwicht, door aanwerving van Beieren te verzekeren, werd verijdeld door Pruisen (Frederik II) dat thans als grote mogendheid optrad.

3. Nieuwste Tijd,

Na de Derde Koalitieoorlog, waarin Oostenrijk door Napoleon werd verpletterd, bracht deze de Rijnbond tot stand en legde Frans II 1806 de titel van Duitse keizer af. Door de Vierde Koalitieoorlog (1806-1807) verloor Pruisen de helft van zijn grondgebied. De Zesde Koalitieoorlog of Vrijheidsoorlog (1813-1814) schonk Duitsland zijn vrijheid, maar niet zijn eenheid terug. Bij het Kongres van Wenen, ontstond 1815 de Duitse Bond. In 1819 gaf Pruisen de stoot tot het Duitse Tolverbond. Pruisen werd, evenals Oostenrijk, door de Omwenteling van 1848 tot liberale koncessies gedwongen.

Ook het Rijk verkreeg te Frankfort een Parlement, dat echter de eenheid niet tot stand bracht. Na de Duitse Oorlog van 1866, werd Oostenrijk van Duitsland gescheiden, de Duitse Bond opgeheven en de staten, benoorden de Main, vormden de Noordduitse Bond. Deze ging, in de Frans-Duitse Oorlog, waardoor Elzas-Lotharingen werd teruggewonnen, 1871 in het door Bismarck gestichte Duitse Rijk op. Koning Willem I van Pruisen werd te Versailles tot keizer van dit nieuwe Duitse Rijk uitgeroepen. Sindsdien maakte de snelle industriële ontwikkeling van het land verscheidene sociale wetten noodzakelijk. Bismarck’s Kulturkampf leed schripbreuk.

In 1879 werd een verbond met Oostenrijk, 1882 met Italië (Driebond) gesticht. In 1884 begon de kolonizatie. Onder Willem II voerde Caprivi de tweejarige dienstplicht, Hohenlohe een zelfde burgerlijk recht voor gans het Rijk in. De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) eindigde voor Duitsland met de November-revolutie, de val der monarchie, het Verdrag van Versailles, het verlies van grondgebied in Europa en van alle kolonies, de bezetting van het Rijnland en het Saargebled. In Weimar werd 1919 een nieuwe konstitutie aangenomen en Ebert tot eerste rijkspresident gekozen. In 1926 werd Duitsland in de Volkenbond opgenomen ; in 1930 het Rijnland, dat volgens het Verdrag van Versailles tot 1934 moest bezet blijven, door de geallieerde troepen ontruimd.

Datzelfde jaar verkregen de nationaalsocialisten of nazi’s, onder Hitler, een groot aantal zetels bij de verkiezingen. In 1931 maakte Duitsland zijn voornemen openbaar om met Oostenrijk een tolunie te sluiten, maar moest dit, onder de druk van zijn tegenstanders inz. Frankrijk, na enkele maanden opgeven. Ondertussen wonnen de nationaalsocialisten immer meer veld. Rijkskanselier Brüning (1930-1932) verbeterde de betrekkingen van Duitsland met het buitenland. In 1932 werd Hindenburg opnieuw tot president gekozen tegen Hitler, die echter een groot aantal stemmen behaalde ; in 1933 nam hij Hitler zelf tot ; rijkskanselier.

Toen ontwaakte het Duitse zelfbewustzijn op luidruchtige wijze. De nationaalsocialisten gingen hardhandig te werk tegen de kommunisten, de sociaaldemocraten en de Joden, en in mei van datzelfde jaar waren alle partijen ,,gelijkgeschakeld” in het nieuwe 3de Rijk. In 1933 verliet Duitsland de Ontwapeningskonferentie en de Volkenbond, in 1934 werd een niet-aanvalspakt met Polen gesloten en een wet aangenomen die de Duitse bondsstaat verving door een gecentralizeerde eenheidsstaat. De poging van enige leiders der Stormtroepen, om het Hitler-regime omver te werpen, werd bloedig onderdrukt, en datzelfde jaar 1934 : volgde Hitler Hindenburg op als rijkspresident. In het begin van 1935 keerde het Saargebied naar Duitsland terug, en toen, door de overeenkomst van Londen tussen Groot-Brittannië en Frankrijk de opheffing van de militaire bepalingen van het Verdrag van Versailles in uitzicht werd gesteld, bracht Duitsland zijn leger en vloot op het vóóroorlogs peil terug. In 1938 bracht Hitler de Anschluss tot stand, niet alleen van Oostenrijk, maar ook van het Duitse gedeelte van Tsjechoslovakije (Sudetenland).

Praag, door Frankrijk en Rusland in de steek gelaten, begaf zich geheel in het vaarwater van Berlijn en Hitler verdedigde het tegen Polen en Hongarije, die in Roethenië een gemeenschappelijke grens verlangden. Het gevolg van de moord op een Duitse diplomaat te Parijs, door een jonge Israëliet bedreven, deed in geheel Duitsland de Jodenvervolging weer oplaaien. In het voorjaar van 1939 lijfde Hitler Bohemen en Moravië, het rijkste gedeelte van Tsjechoslovakije, als protektoraat bij het Duitse Rijk in, verklaarde Slovakije onafhankelijk en schonk aan Polen en Hongarije een gemeenschappelijke grens. Toen Engeland in 1939 met sommige staten, o. a. met Polen, een defensief verbond had gesloten, zegde Hitler het Pools-Duits niet-aanvalspakt en het Duits-Engels vlootverdrag (sterkte van de Duitse vloot : 35 % van die der Britse) op. Ter versterking van de as Berlijn-Rome werd door Duitsland en Italië een of- en defensief verbond getekend en Hitler besloot de nog overgebleven bepalingen van het „Diktaat van Versailles” te niet te doen door Danzig en de Poolse korridor bij Duitsland te voegen. Polen verzette zich hardnekkig, terwijl Engeland en Frankrijk de oorlog aan Duitsland verklaarden.

In die Tweede Wereldoorlog (1939-1945) behaalden de Duitsers aanvankelijk geweldige suksessen; zij veroverden een groot gedeelte van Europa en drongen, in Rusland, tot aan de Kaspische Zee door. Daar echter, te Stalingrad, keerde de kans. Hun land zelf werd door de Geallieerden hevig gebombardeerd en een verpletterende nederlaag was het einde van de krijg. Duitsland werd door de vier grote mogendheden bezet en de oostelijke grens naar het westen verschoven (Oder en Görlitzer Neisse), ten gunste van Polen en Rusland. Het grote Duitse Rijk, dat in 1940, met de geannexeerde gebieden Bohemen-Moravië en Polen, 873.000 km2 omvatte, heeft thans als oppervlakte minder dan de helft daarvan, en de bevolking die in 1940, 111.000.000 zielen groot was, is met 1/3 daarvan geslonken. De voornaamste aanstokers van de oorlog moesten in 1945 te Neurenberg terechtstaan en de meesten onder hen werden ter dood veroordeeld.

In 1947 heeft Frankrijk het Saargebied ekonomisch geannexeerd. Uit de vroegere Duitse gebieden in het oosten, die thans door de Polen worden bewoond, kwamen miljoenen Duitsers naar het westen. Zij vestigden zich in de Amerikaanse en Engelse bezettingszones die in 1947 tot een ekonomisch geheel (Bizonia) werden samengevoegd, met als hoofdstad Frankfort a/d Main. De Franse zone is daar nog niet bij aangesloten. Ondertussen heeft gebrek aan de nodige levensmiddelen, vooral in de steden (o. a. van het Ruhrgebied), die nog grotendeels in puin liggen, meer dan eens werkstakingen veroorzaakt.

< >