Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

Gepubliceerd op 26-09-2020

2020-09-26

angst

betekenis & definitie

m. (-en) [~ eng] gevoel van benauwdheid, beklemming: een dodelijke, onbeschrijfelijke, nameloze -; de des doods; de bekruipt hem; duizend -en doorstaan, uitstaan, zeer beangstigd zijn. ➝ stuip. Syn. angstvalligheid, bangheid, beklemdheid, beklemming, benauwdheid, bevreesdheid, bezorgdheid, schrik, schroom, vrees.

Tgst. ➝ bedaring.