Zwijgstront betekenis & definitie

Zwijgstront is het enige Kees van Kooten-woord dat rechtstreeks uit een boek de omgangstaal is binnengedrongen. Bijna alle andere woorden zijn hun leven in een televisie-uitzending of op een langspeelplaat begonnen. Een andere uitzondering is natuurleuk. Daarvan stond de wieg in een tijdschrift.

Maar er is een duidelijk verschil: Van Kooten en De Bie hebben natuurleuk een beetje gepusht. Althans, vooral Van Kooten heeft het in vraaggesprekken herhaaldelijk gebruikt. Bij zwijgstront is dat niet het geval. Voorzover bekend heeft Van Kooten dit alleen gebruikt in 1986, als titel van een verhaaltje in Meer modermismen over een echtpaar dat stront heeft en daarom niet met elkaar praat. Zeg maar ‘woorden zonder woorden’.

‘Het komt hun wel goed uit’, aldus Van Kooten, ‘dat ze naar een verjaardag moesten. Kunnen ze allebei weer eens wat praten, wantje krijgt er een droge mond van, van Zwijgstront.’

En even later schrijft hij:

Wij kennen hen al jaren en wij schatten hun ruzie op twee dagen oud. Dit zal de avond van de tweede dag zijn. Nee, die twee zitten nog midden in hun Zwijgstront.

In het krantenmateriaal is zwijgstront niet aangetroffen, maar je hoort het met enige regelmaat, en ook op het Internet duikt het enkele malen op. Zo meldt het elektronische tijdschrift Writers Block magazine, in een publicatie getiteld ‘De geheime email van Doris K. & Willem L.’: ‘Binnen was het niets dan ellende. Iedereen in de zwijgstront.’

En een anonieme dichter gaf het een plaatsje in een woordspelig gedicht getiteld ‘Om ons heen (880103)’:

Morbide monomannen
Hypocriet glurpend
In klimmende zwijgstront
Likkende boterboeren
Kwijlend en trappend
Op een ladder van slijm
Gemaskerde lokvrouwen
Modderbadend in ’t moeras
Borrelend in leugen gas
Sissende geldadders
Bijtend en knijpend In argeloos gedierte
[...]

Ja
Zo is alles Wat ons omringt.

Of zwijgstront de eenentwintigste eeuw zal halen is de vraag. Het verdient dit wel, want het is een nuttig woord, dat een gat in onze taal dicht. Zoals zoveel woorden en uitdrukkingen van Van Kooten en De Bie.