Wibocri betekenis & definitie

Witteboordencriminaliteit, white-collar crime, delinquance en col blanc, Wirtschaftskriminalität- in alle moderne talen is het een mondvol. Het was dus niet vreemd dat Van Kooten en De Bie op in november 1985 het woord wibocri introduceerden - een samentrekking van witteboordencriminaliteit waarmee zij de afko-woede van ambtenaren belachelijk maakten. Dit gebeurde in een sketch waarin De Bie de rol vertolkte van directeur van een alternatief huis van bewaring, ‘Eikelglans’ geheten. Nette criminele mannen ondergingen daar hun straf en heropvoeding.

De NRC reageerde de volgende dag positief op de introductie van dit nieuwe woord: ‘Het is heel waarschijnlijk dat het begrip ‘wibocri’ net zo’n normale plaats in het Nederlands taalgebruik zal krijgen als het woord vertrossing.’
In de eerste maanden na deze uitzending lag het woord op ieders lippen, maar daarna zakte het snel weg, tot het - volgens Mare De Coster - in het midden van de jaren negentig weer opdook in de media. Veel waarschijnlijker is dat het nooit helemaal weg is geweest. Hoe dan ook, je komt het nu nog af en toe tegen, al dan niet met een verwijzing naar Van Kooten en De Bie. Over het algemeen wordt het overigens in de meervoudsvorm gebruikt voor witteboordencriminelen voor de personen dus, niet voor de zaak. Zo schreef HP/De Tijd in 1997: ‘Volgens Zalm heeft paars er veel aan gedaan om Wibocri’s te pakken. Sterker nog, dankzij paars is Han V, de directeur van het effectenkantoor Leemhuis & Van Loon, afgelopen vrijdag gearresteerd.’ En het Algemeen Dagblad meldde in januari 1998:

Inmiddels is het tij gekeerd en schuwt justitie een harde, openlijke aanpak niet. De vermeende witteboordencriminelen (‘wibocri’s’) worden in het jongste beursschandaal publiekelijk aan de paal genageld. De advocatuur heeft het smalend over Amerikaanse toestanden.

In Vlaanderen zijn de wibocri’s duidelijk minder bekend dan in Nederland. In september 1998 besteedde de Vlaamse krant De Standaard ruim een pagina aan een Klein woordenboek van de Witteboordencriminaliteit. In 54 lemma’s werd uiteengezet wat de witteboordencrimineel zoal uitvreet, van afdreiging tot zwendel, maar het begrip wibocri zelf werd niet genoemd.