Nieuw flinks betekenis & definitie

Behalve ‘sociaal’ is het CDA nu dus ook ‘streng’ - het gaat de kant van Nieuw Flinks op. (Het Parool 2-4-1998)

In 1989 publiceerde de Amsterdamse socioloog Herman Vuijsje Lof der Dwang, een pleidooi voor grotere overheidsbemoeienis. Zijn stelling was dat ‘democratische dwang’ tot een meer ‘verantwoorde samenleving’ zou kunnen leiden, waarin de burgers zich over en weer socialer zouden gaan gedragen. Aanvankelijk werd het boekje nauwelijks opgemerkt, maar een jaar na verschijning werd het door de PvdA opeens als de nieuwe heilsboodschap omarmd. Vlak na de gemeenteraadsverkiezingen van 1990, die voor de PvdA op een ramp waren uitgelopen, belegde de partij een ‘bezinningsbijeenkomst’ in de Amsterdamse Rai. Thema was de Lof der Dwang en gastspreker was Herman Vuijsje. Aan Trouw vertelde hij later:

Ik mocht daar in de Rai het evangelie verkondigen voor de PvdA-kopstukken. Om de zaak wat te provoceren zette ik m’n stellingen nog eens extra zwaar aan, ik ging nogal stevig te keer, een beetje op de columnistentoer. Ik wilde tegenspraak, maar ik kreeg nauwelijks tegenspraak, alleen maar stilte en omhelzingen. Het leek wel een partijdag in de voormalige DDR, zo’n applausmachine. Iedereen stond te klappen voor een aanval op hetgeen ze een paar weken eerder nog verdedigden.

Tijdens de bezinningsbijeenkomst viel de term ‘nieuwe flinkheid’, woorden die de volgende dag in een krantenkop werden aangehaald. Het was die kop die Van Kooten en De Bie inspireerde tot de aanduiding Nieuw Flinks. Zij lanceerden deze term op 14 oktober 1990, bij het begin van een nieuw seizoen van Keek op de Week. Terwijl De Bie het betreffende krantenartikel liet zien, zei Van Kooten: ‘Aangestoken door de Partij van de Arbeid afdeling Amsterdam maken wij ook een Vuijsje en willen wij dit nieuwe seizoen nieuw flinks beginnen.’ Waarop De Bie: ‘Nieuw flinks, dat betekent eigenlijk correctie van maatschappelijke misstanden op alle fronten.’

De nieuwe term werd er die uitzending ongewoon stevig ingewreven. Van Kooten en De Bie hadden het over nieuw-flinkse initiatieven, een nieuw-flinkse opzet, een nieuw-flinkse benadering en een nieuw-flinks vraaggesprek. Geen wonder dus dat Henk van Gelder de volgende dag in de NRC schreef: ‘Ik ben ervan overtuigd dat de aanduiding Nieuw Flinks, verwijzend naar het door Bert [lees: Herman] Vuijsje geïnspireerde realisme in de PvdA, de komende weken eveneens een zelfstandig leven zal gaan leiden.’

Van Gelder kreeg gelijk. Nog diezelfde week stond de term al op het omslag van HP/De Tijd. En een maand later schreef de NRC over PvdA-voorzitter Marjan Sint: ‘Daarbij waarschuwde ze voor de harde taal die steeds vaker uit de mond van PvdA-bestuurders te vernemen is en inmiddels het predikaat “nieuw flinks” heeft meegekregen.’

Je zou denken dat nieuw flinks na een paar maanden weer was weggezakt. De term is nogal woordspelig en dat gaat over het algemeen snel vervelen. Maar hij blijkt nog altijd volop te worden gebruikt. Hij wordt soms met hoofdletters en soms met kleine letters geschreven en komt in allerlei afleidingen en samenstellingen voor. Zo hadden de kranten het de afgelopen jaren onder meer over ‘nieuw-flinks beleid’, ‘nieuw-flinksheid’, ‘Nieuw-Flinkse bestuurders’, ‘Nieuw Flinks-denken’, ‘Nieuw Flinks-verhalen’ en een ‘Nieuw Flinks-monument’ (namelijk de Betuwelijn). Iets kan ‘nieuw-flinks’ overkomen, men kan ‘nieuw-flinks’ doordraven en Vrij Nederland schreef in 1994: ‘Het klonk hoogstens wat nieuw flinkserig, hard, wat tuttig ook.’

Nieuw flinks is inmiddels in enkele woordenboeken opgenomen. Koenen omschrijft het als een spottende ‘typering van tot voor kort door henzelf als rechts of reactionair afgedane opvattingen van sociaal-democratische politici’. Elders is het omschreven als ‘spottende benaming voor het krachtige, radicale beleid van sociaal-democratische politici sinds 1990’.

Flip de Kam, Rick van der Ploeg en Thijs Wöltgens zijn typische vertegenwoordigers van Nieuw Flinks genoemd, en tegen Trouw zei Ed van Thijn ooit over zichzelf: ‘Ik gold nota bene als Nieuw Flinks avant la lettre. ’ En natuurlijk is Herman Vuijsje herhaaldelijk betiteld als ‘de ideoloog van nieuw flinks’.

Overigens vindt Vuijsje dat niet zo leuk. Al in december 1992 schreef hij in het PvdA-blad PRO: ‘Tijdens zijn mars door instituties en media is “Nieuw Flinks” een etiket geworden voor al wat op hardhandige wijze afrekent met de eindeloze zachtheid van verzorgingsstaat-arrangementen. Daarbij wordt vaak uit het oog verloren dat Nieuw Flinks in de eerste plaats een links pleidooi was.’ Daarom baalde hij ook zo dat hij door sommigen voor een ‘rechtse bal’ werd uitgemaakt. Stan van Houcke van Radio Stad ging het verst. Die maakte Vuijsje zo’n beetje uit voor een fascist en een wegbereider van het neo-nazisme. ‘En het spijt me nog’, zei Vuijsje indertijd tegen Trouw, ‘dat ik hem toen niet meteen voor zijn bek heb geslagen.’

Dat zou een nieuw-flinkse kaakslag zijn geworden.