Natuurleuk betekenis & definitie

Typerend voor het duo is het belachelijk maken. Het belachelijk maken van wat opgeblazen is, van wat niet natuurleuk is, van wat vals is. Het Simplisties Verbond was niet alleen satire, het was tevens hun credo. (Het Parool 10-3-1998)

Hoe noem je iemand die van nature leuk is? Iemand die ongekunsteld grappig is? Kees van Kooten bedacht hiervoor in 1975 de term natuurIeuk. Hij deed dat in een artikel in de Haagse Post over humor in de jaren zeventig. De kop vroeg: ‘Is Woody Allen natuurleuk?’ Het antwoord luidde: nee, Van Kooten vond van niet. Hij vond Allen te koket, te belezen, soms ook te makkelijk. In de woorden van Van Kooten:

Woody bemerkte dat zijn verbale cartoons, gesproken, niet werkten. Hij moest eerst een duidelijk mannetje zien te worden uit wiens mond de waanzin redelijk en ‘natuurleuk’ zou klinken.

Het ging er dus om een karakter te ontwikkelen dat logisch achter alle absurde grappen zou oprijzen.

Het woord natuurleuk valt in dit artikel een paar keer en Van Kooten geeft er zelfs een - nogal cryptische - definitie van: ‘Natuurleuk is geen Hard Leuk maar Zacht Leuk.’

Volgens ingewijden is het woord in kringen van Van Kooten en De Bie-fans nog regelmatig te horen, maar in kranten en tijdschriften heeft het zich nooit echt losgezongen van z’n maker. Zo schreef Het Parool in 1992: ‘Het is het soort filmleut dat moet doorgaan voor komisch. Het is allemaal goed bedoeld, maar het werkt voor geen meter. De film hobbelt van de ene flauwe gimmick naar de andere, zonder dat hij ook maar ’n keertje, om met Van Kooten te spreken, natuurleuk wordt.’

Een paar jaar later stond er, in dezelfde krant: ‘Af en toe, vooral voor de pauze, gunde Tom zichzelf wel erg veel ademruimte en dreigde het programma wat in te zakken. Dankzij Toms natuurleuke habitus (van Kees van Kooten mochten we de typering eigenlijk niet meer gebruiken maar Kees Torn is natuurleuk) bleef de show ook dan overeind.’

Een belangrijke vraag is: zijn Van Kooten en De Bie zelf natuurleuk? Zij hebben zich daar in het verleden een paar keer over uitgelaten. Zo zei Kees van Kooten in 1977 tegen De Nieuwe Linie:

Veel laat zich nu satire noemen. Je hebt Farce Majeure dat zich nu HINT noemt. Maar het is net als het Simplisties Verbond een organisatie, met een symbool. De bedoeling is leuk te zijn. Er zit echter wel verschil in leuk zijn en leuk doen. Het Simplisties Verbond is gewoon natuurleuk.

Maar achttien jaar later dacht Van Kooten daar heel anders over. Tegen het Vlaamse tijdschrift Humo zei hij toen:

Zoals het wielrennen verbeterd en versneld is, is het acteren ook verbeterd en versneld. Dat durf ik zonder slijmerij te stellen. Wim en ik zijn ooit begonnen met naturel te acteren op televisie, maar die jongens van Jiskefet zijn daar al een stuk verder in dan wij.

Los van de inhoud - daarover kun je discussiëren - zijn ze veel natuurleuker. Als ik ze soms typetjes zie neerzetten, denk ik: ‘Met hen vergeleken zijn wij een tikkeltje sjabloonachtig, zelfs cartoonesk.’

Ook als schrijver vindt Van Kooten zich niet natuurleuk. In een boekbespreking schreef Hans Warren ooit: ‘Bij Van Kooten is het geen kwestie van leuk doen, maar van leuk zijn.’ Maar in een vraaggesprek met het Leidsch Dagblad ontkende Van Kooten dat stellig:

Helemaal niet! Het is echt verschrikkelijk moeilijk om komisch te schrijven. Ik vind het veel moeilijker de mensen met een verhaal aan het lachen te krijgen, dan aan het huilen. [...] Voordat het bij mij zover is heb ik ontzettend zitten schrappen en twijfelen. Dat komt omdat ik heel veel aandacht besteed aan het muzikale, aan het laten zingen van de taal. In elk zinnetje moet iets gebeuren.

Taal is muziek, vind ik. En het moet dan zo natuurleuk, dat woord heb ik er zelf eens aan gegeven, mogelijk overkomen.

Natuurleuk is een relatief makkelijke taalvondst, een woordspeling met natuurlijk, die om navolging vraagt. Van Kooten zelf gebruikt in Hedonia (1984) onder meer bunjerleuk, per ongeleuk en wonderleuk. Een paar jaar later, in 1988, organiseerde Literama een literaire quiz over Kees van Kooten tussen een Nederlandse en een Vlaamse school. De kinderen kregen onder meer opdracht om een Kootiaans neologisme te verzinnen. De leerlingen van het Instituut Zusters Onbevlekte Ontvangenis in Oosterzele hadden daar niet veel tijd voor nodig. Het was ze opgevallen dat men elkaar in Nederland een leuke dag toewenst, dat kinderen er leukerds worden genoemd, dat men zegt leuke vriend heb jij! als je door iemand bent belazerd, en dat men ontzettend z’n best doet om voortdurend leuk uit de hoek te komen. Een Noord-Nederlandse afwijking, die in de ogen van de Vlaamse kinderen het predikaat zeurleuk verdiende. Helaas, ook dit woord lijkt buiten de kraamkamer geen lang leven beschoren.