Fysiek is altijd psychisch betekenis & definitie

Bestaat er een middel tegen kanker, aids of multiple sclerose? Volgens sommigen wel: positief denken. De laatste tien jaar is de orenmaffia - een term die in 1992 werd gelanceerd door de schrijfster Karin Spaink - steeds sterker geworden. Meer en meer mensen denken dat ziekte vooral tussen de oren zit, hoewel je die opvatting vooral van gezonde mensen hoort, zelden van zieken. De grondslag van dit idee - fysiek is altijd psychisch - werd al in 1977 verwoord door Van Kooten en De Bie.

Zij deden dat in een van hun beroemdste sketches, waarin de Klisjeemannetjes in plat-Haags hun seksleven bespreken. In dit geval ging het niet om de invloed die positief denken of neurolinguïstisch programmeren kan hebben op een ernstige of ongeneeslijke ziekte. Nee, het ging even over het probleem van de falende erectie.

VAN KOOTEN:
‘Nee, wach effe. Dus jij heb trek om te deppen, en dan kruipt-ie de lucht in, maar voordat jij in de suikerpot heb kenne roere gaat ie weer plat?’

DE BIE:
‘Precies!’

VAN KOOTEN:
‘O ja?’

DE BIE:
‘Ja, dan duik ik maar weer in de leesportefeuille. Begrijp je?’

VAN KOOTEN:
‘Nee, maar dan zit jij waarschijnlijk in een poreuze cirkel.’

DE BIE:
‘Zou jij denke?’

VAN KOOTEN:
‘Ja, dat is waarschijnlijk psychisch. Waarschijnlijk psychisch.’

DE BIE:
‘Wat heb mijn jongeheer nou met psychisch te maken?’

VAN KOOTEN:
‘Fysiek is altijd psychisch.’

Hoewel fysiek is altijd psychisch goed aansluit bij de opvattingen van New Age-auteurs als Louise Hay (Je kunt je leven helen), Thorwald Dethlefsen & Rüdiger Dahlke (De zin van ziekzijn) en Joseph Murphy (De kracht in jezelf), kom je de uitdrukking op schrift zelden tegen. Een van de weinige uitzonderingen is een artikel van Ruud Abma in het tijdschrift Psychologie en Maatschappij. In 1996 schreef Abma hierin een polemisch artikel onder de kop: ‘Fysiek is altijd psychisch. Over de pretenties van de gezondheidspsychologie’.

Maar dat het zelden wordt opgeschreven, wil nog niet zeggen dat fysiek is altijd psychisch nooit wordt aangehaald. Een kleine steekproef leert dat de uitdrukking vooral door werknemers in de gezondheidszorg nog volop wordt herkend en gebruikt.