Spel betekenis & definitie

Ritueel en spel komen samen zodra iemand alleen of met anderen plezierig bezig is handelingen te verrichten omwille van de handelingen. De persoon creëert tussen fantasie en werkelijkheid een context waarin hij of zij zich een moment verliest en tegelijkertijd zich houdt aan de regels van het spel.

Koekhappen op Koningsdag is geen dom spel. Binnen het formele kader bestaat het frivole moment van contra-intuïtie. Speels wordt de hiërarchie omgedraaid en iedereen speelt mee. In dit spel binnen het grotere ritueel kan de koning zogenaamd verliezen. Ook het carnaval leent zich voor contra-intuïtieve rolomkeringen.

Zo ook ter rechtszitting. Het schouwspel van de rechter die zich ambtelijk boos maakt waarop de verdachte zich onderdanig gedraagt en rouw betoont. Beiden acteren bloedserieus. Denk ook aan flirten, elkaar het hof maken en aan het voorspel. Het spel oprecht spelen, op niveau acteren, is eveneens van toepassing op de professionele oprechtheid van artsen, uitvaartondernemers en politici.

Ook dieren maken gebruik van symbolen en het speelse gebaar. Ravottende honden in de gestileerde aanvalshouding met doorgezakte voorpoten. Buitenissig happen zij naar elkaars oren of liggen opeens theatraal op hun rug.

Sporten krijgt religieuze trekken. Het samenzijn in het stadion, de identiteit van de club en zo meer. Het voetbalpubliek is niet meer gewoon zichzelf maar speelt diverse rollen. En omgekeerd, de hooligan die niet meer mag meespelen ervaart existentiële leegte.

De kunst van spelen komt een samenleving meer ten goede dan competitief gedrag. En in dat spel is een beetje faken of vals spelen juist toegestaan.

Gepubliceerd op 23-04-2019