Macht betekenis & definitie

Macht is uitgesteld geweld. Macht is anderen dingen laten doen waar je zelf geen zin in hebt.

Macht is dingen laten gebeuren zoals men wil. Elkaar nadoen en ritualisering verankeren macht tot ingesleten gewoonten. Daarmee komt de macht der gewoonte tot stand (= zo doen we dat in onze club, 'zo hoort het').

De aanvoerder eigent zich gezag toe door middel van anciënniteit, geslacht en kennis. Gelijktijdig geeft de groep zijn leider steeds meer bevoegdheden. De voorganger treedt soms mede namens Hogere Machten op. Deze volmacht van buiten versterkt zijn leiderschapspositie en de groep als geheel.

De grenzen tussen expliciete macht van familie, partij, lobby, genootschap en vereniging op mesoniveau en structurele macht op macroniveau zijn vloeibaar. De macht breidt zich uit en een toenemende voorsprong op andere groepen ontstaat. Macht consolideert tot in de haarvaten van uiteenlopende maatschappelijke systemen. Wordt impliciet, collectief en anoniem. Aan de macht der gewoonten van de consumptie maatschappij, militaire dienst, kostschool of seminarium is men gewend. Structurele macht staat nauwelijks meer ter discussie (= 'het is niet anders' ) en roept binnen instituties, bevolkingsgroepen, religie en godsdiensten zelden openlijk verzet op.

Empowerment is positieve machtsverwerving. Morele macht gebaseerd op vertrouwd gezag werkt daarbij ondersteunend (Mandela). Macht als uitgesteld geweld vereist tegenmacht. Tegenover bot fysiek machtsbehoud gecombineerd met structureel geweld ontwikkelt zich daarom soft power als hedendaagse vorm van ontluikende emancipatie (Black Power, Palestijns conflict, Occupy, Arabische Lente, #MeToo).

Macht op zich is goed noch slecht. De kunst is met macht op een maatschappelijk verantwoorde wijze om te gaan. Dit vereist inzicht wat macht feitelijk met mensen doet.