Gezag betekenis & definitie

Een taaldaad straalt gezag uit. Het lichamelijke gebaar van 'Ik zweer' is met gezag iets doen. Het gezaghebbende symboolgebaar dat zegt wat je doet en doet wat je zegt.

De persoon die zonder woorden de beweging van Ik zweer maakt, deelt niet mee wat hij doet, maar doet wat hij uitdrukt. 'Ik open de vergadering' vervangen door één hamerslag, voegt de daad bij het woord. Het gezaghebbende gebaar wordt ook wel het gebiedende, bevelende of dwingende gebaar genoemd.

De taalfilosoof Austin gebruikte het woord illocutie of een handeling die in het woord plaatsvindt, in het spreken zelf gebeurt en die hoort bij een bepaalde context. Illocutionaire gebaren horen ook bij 'Wees Stil' (vinger op de lippen) en 'Kalmte' (verticale handbewegingen). Wensuitingen als 'Op je gezondheid' (toost-gebaar), 'Behouden thuiskomst' (afscheid-gebaar) of 'Gezegende maaltijd' (elkaars handen vastpakken) zijn eveneens voorbeelden van taaldaden.

Een vleugje theater en retorica zijn bij illocutionaire gebaren belangrijk want die zorgen voor geloofwaardigheid en extra gewicht ('Ik rond af...'). Andere voorbeelden van dwingende, soms verkapt bedreigende gebaren zijn te vinden in het Nederlands Gebarenboekje zoals 'Hierrr', 'Kijk dáár!', 'Stil nou…', 'Laaangzamer' en zo meer. Veel van deze uitspraken zijn aanhalingen maar als ritueel uitgevoerd werkt het gebiedend en autoritair, van 'Zo is het!'