Geschenk betekenis & definitie

Een geschenk is de uitwisseling van materiële en immateriële zaken met als doel een bevestiging van de relatie. Het immateriële van het geschenk legt naar verhouding dan meer gewicht in de schaal dan het geschenk op zich.

'Zeg het met bloemen' is een uitwisselingsactiviteit met wederkerigheid. Het stoffelijke van bloemen staat voor iets immaterieels als liefde schenken, de ander vergeving vragen plus soms iets van eigen geweten sussen en zo meer. Koninklijke giften bevestigen vaak macht en beide partijen ontlenen identiteit en gezag aan hun uitruil.

Schenken is een in scène gezette handeling. Hoe het gebaar wordt geïnterpreteerd is van belang, niet zozeer wat in de verpakking zit. De handelingen lopen uiteen van oprecht altruïsme tot en met 'het gif in de gift' van de gratis creditcard. Ook sociale uitkeringen hebben een cynisch bijsmaak (plundering en besmettelijke ziekten voorkomen). Het symboolgebaar van de aalmoes of Giro 555 sust ook het geldschietende geweten. Ontwikkelingshulp, het voorspelbare kerstpakket en zelfs de ceremoniële uitwisseling van trouwringen hebben allemaal iets van 'investeren'.

Offeren lijkt een onvoorwaardelijk schenking. Maar offeren van de eerste oogst had wel degelijk de bedoeling dat God iets terug gaf. In het weloverwogen geschenk zit altijd iets van 'Voor wat, hoort wat'. Proportionaliteit ('Geef zoals ik gaf') en het aspect van 'de lening' in de schenking hebben grote betekenis voor het doel van schenken. Steeds gaat het om de (her)bevestiging van de relatie ten opzichte van elkaar.