Gedogen is pragmatisch omgaan met tegenstrijdige waarden en belangen door formeel geldende regels bewust niet te handhaven. Het betreft situaties waarin bepaald gedrag wettelijk niet is toegestaan, maar waarin de overheid de intentie heeft (voorlopig) niet op te treden. Gedoogbeleid beschrijft hoe en onder welke voorwaarden handhaving wordt uitgesteld of achterwege gelaten.
Gedogen is een instrument van de overheid om contraproductieve wetshandhaving te voorkomen. Het wordt toegepast bij onvoorziene of uitzonderlijke omstandigheden, tegenstrijdige of achterhaalde regelgeving, wanneer handhaving disproportionele gevolgen heeft, praktisch onuitvoerbaar is of wanneer er onvoldoende maatschappelijk draagvlak bestaat. Gedogen is daarmee een afweging tussen normstelling en dagelijkse realiteit. Gedogen kan worden opgevat als geïnstitutionaliseerd wegkijken: een bewuste en gelegitimeerde vorm van niet-ingrijpen waarbij macht, normstelling en bestuurlijke verantwoordelijkheid expliciet behouden blijven. Soms speelt relatieve onmacht door capaciteitsproblemen daarbij een rol.
Gedogen is een asymmetrische vorm van tolerantie vanuit een positie van macht: de overheid stelt de norm, maar kiest ervoor deze niet te handhaven, met de impliciete boodschap dat het gedrag formeel ongewenst of verboden blijft. Historisch voorbeeld is het gedogen van schuilkerken in de 17e eeuw. Hedendaagse voorbeelden betreffen prostitutie, euthanasie, coffeeshops, verkeerspraktijken, cybergedrag, voedselbereiding en milieuschade.
Gedogen verschilt van tolereren. Tolereren is gedrag verdragen dat men afkeurt, zonder dat sprake is van een formeel verbod of beleidsmatige handhaving. Tolerantie is geen beleidsinstrument, maar een morele en sociale houding, gebaseerd op respect en negatieve vrijheid: anderen met rust laten, niet ingrijpen en ruimte laten voor verschil. Klassiek voorbeeld is homoseksualiteit; hedendaagse voorbeelden zijn omgang met asielzoekers, Palestina-demonstranten, naaktrecreatie of extreme standpunten.
Zowel gedogen als tolereren zoeken een middenweg tussen afwijzing en acceptatie. Gedogen doet dit vanuit een verticale, autoritaire positie; tolereren vanuit een horizontale, relationele verhouding.