Dierengebaren betekenis & definitie

Strikt en doelbewuste communicatieve gebaren van dieren al of niet gepaard gaande met geluid. Gebaren (als werkwoord) bestaat uit een samengestelde lichamelijke beweging waarbij het dier de beweging verricht ervan uitgaande dat de ander de betekenis van het gebaar begrijpt.

De mens kan zonder spreektaal en schrijftaal, niet zonder lichamelijke gebaren. Het belang van onze gebaren blijkt uit de evolutie van de communicatie van mensen en andere dieren. Centraal staat de ontmoeting van twee dieren. Binnen dat treffen ontstaat het lichamelijke gebaar (kwispelen, fronzen, tanden tonen). De overgang van het dier op poten naar rechtop lopen maakt vervolgens de voorpoten en de bek vrij. Onze arm- en handgebaren ontwikkelen zich uit deze oergebaren van de voorpoten van dieren.

De bek vormt zich tot mond en met de beweging van het hoofd, de gestrekte nek, opgeheven oogleden en getuite lippen is het dier in staat richting te geven. En ver nadien ontwikkelt zich vanuit vocale uitingen (blaffen, grommen) iets van spraak en taal en héél veel later ontstaat het schrift. Gebaar en lichaamstaal vormen genealogisch een oeroude combinatie.

Sommige etende dieren keren hun rug naar anderen af, anderen stampvoeten of werpen zich na gezichtsverlies woedend ter aarde. Troostende gebaren, liefdes gebaren, speelgebaren, aangetoond is zelfs het bestaan van dialecten van dierlijke gebaren. Lorenz heeft de gebaren van ganzen beschreven, De Waal die van apen en Tinbergen van vissen. Meer recent wetenschappelijk onderzoek naar de gebaren richt zich op zebra's en woestijnratten. Antropmorfisme is het tegenovergestelde van antropodenial of menselijk gedrag in dieren niet willen zien. Diergedrag krijgt mede dankzij goed onderzoek en nieuwe filosofische inzichten een meer politieke betekenis. Vergeleken met andere dieren lijken mensen minder uitzonderlijk te zijn dan tot nu toe gedacht.