Cognitieve dissonantie betekenis & definitie

Cognitieve dissonantie onder gelovigen is de wrijving tussen een seculiere realiteit en eigen geloofsovertuiging. Of als gelovige de werkelijkheid ontkennen en vervolgens met kracht op eigen aambeeld hameren en er heilig van overtuigd raken dat de eigen werkelijkheid is zoals die is.

Religies en godsdiensten kennen denkramen en ieder mens zoekt bevestiging van zijn eigen denkraam (confirmation bias). Indien een gebeurtenis niet in het frame van een gelovige past ontstaat een mentale spanning van klopt-dit-nog? Het schurende van de contra-intuïtie lost zich op door nog meer erin te geloven.

Een voorbeeld is de epifanie of openbaring. Tegenstrijdige gevoelens rond een openbaring zorgen niet voor scepsis maar juist voor een rotsvast geloof in de openbaring. Onderdrukking van cognitieve dissonanties bevordert derhalve consonanties of gelijkgestemdheid.

Dissonanties zijn zelden aangenaam. De dissonantie of wanverhouding tussen realiteit en fictie - bijvoorbeeld de Apocalyps - zorgt voor een niet-pluis-gevoel. Dit onrustgevende gevoel moet teniet worden gedaan. De reductie van cognitieve dissonantie versterkt het geloof in een naderend einde.

Ook seculier komt cognitieve dissonantie voor (politieke partijen, organisaties met een ideologie, de wereld van de wetenschap etc.). Zo kunnen een president en zijn directe omgeving ziende blind zijn. Zij praten recht wat krom is en blijven hameren op eigen gelijk terwijl het land implodeert. Vertellen zich zelf een leugen om bestwil.

Behalve op collectief niveau bestaat cognitieve dissonantie binnen zingeving op individueel niveau. Een vrome wens die niet in vervulling ging wordt omgebogen tot een wens waar de gelovige toch al weinig fiducie in had…

Ter afsluiting: het belang van cognitieve dissonantie voor de samenleving als geheel is dat de gekozen oplossingen soms vluchtwegen zijn die verkeerd uitpakken.