Agonisme betekenis & definitie

Agonisme wil vijandschap op basis van botsende waarden niet zozeer oplossen als wel hanteerbaar maken. Agonisme (Grieks agon of strijd) streeft ernaar felle antagonistische tegenstellingen te domesticeren. Een zekere ritualisering van vechtgedragingen moet ernstige lichamelijke gewelddadigheid voorkomen.

Een agonistische wereldbeschouwing wil macht en dominantie temmen. De kunst is botsend geweld te kanaliseren, wanorde in goede banen te leiden en competitie ordelijk te laten verlopen. Door het gevecht om de hegemonie als agonistisch spel van opponenten te beschouwen. Juist niet als strijd op leven en dood tussen elkaar naar het leven staande vijanden. De agonistische praktijk gaat uit van pluriforme gemeenschappen en een multipolaire wereld en is op zoek naar een 'pluralisering' van liberale democratieën. Het politieke van het dagelijkse is van meer belang voor het leven van mensen dan de politiek in hoofdletters.

De emancipatoire strijd van arbeiders is volgens agonisten nimmer voltooid. `Restanten` van iedere strijd spelen overal en altijd weer op. Vrouwen, zwarten, jongeren, lokale bewoners, LHBT'ers, hackers eisen ieders identiteit in het publieke domein op. Zelfs nieuwe technologieën (robotica en artificiële intelligentie) zullen hun geëigende plaats in het theater van de macht op termijn willen innemen.

Agonisme legt accent op het politieke, op de meer impliciete uitoefening van macht en hegemonie. Hun nadruk ligt op wat vooral achter de schermen van Brussel, New York en Silicon Valley gebeurd. Agonisten wijzen ook op buitenparlementaire bewegingen (Occupy, Arabische Lente, Gele Hesjes) met hun soms contraproductieve vlucht weg uit de politieke arena. Agonisme geeft het politieke discours een nieuwe richting.