Aandacht is zintuiglijke en mentale gerichtheid. Ze kan individueel zijn – wanneer iemand zich op iets of iemand concentreert – of collectief, wanneer groepen mensen hun aandacht op hetzelfde richten. In het digitale tijdperk is aandacht een schaars goed geworden, waar vooral groepen om strijden.
Groepsgerichte aandacht trekken betekent als groep vooral online zoeken naar versterking van de zintuigelijke gerichtheid op de eigen ‘ziel’, op de singulariteit van de eigen groep. Dat doen bijvoorbeeld groepen miskende of ondergewaardeerde, die zich maatschappelijk te kort gedaan voelen. Singulier verwijst daarbij naar een staat van zijn waarin iemand een diep gevoel van eigenheid ontdekt. Ook lotgenoten en zij die onder slachtofferschap gebukt gaan, zoeken via ‘gedeelde smart is halve smart’ meer zelfvertrouwen. Door zich in de virtuele wereld te laten zien vragen ook zij publieke erkenning.
Aandacht niet trekken, vragen of zoeken maar geven of schenken vindt meestal offline, in de ‘echte’ fysieke wereld plaats. Zoals leerkrachten, wijkagenten, vrijwilligers van voedselbanken en de Grootouders voor het klimaat dat gericht doen.
Protesten genereren aandacht op socials. Veel aandacht roept vervolgens digitale weerstanden op. Er ontstaat een digitale strijd om groepsaandacht. Dit begon al bij het soms extreem performatief gedrag van demonstrerende burgers. Woedende boeren, boze studenten, geketende klimaatactivisten, hun geproduceerde beelden willen via smartphones aandacht genereren. Eenmaal online probeert hun narratief, het samenhangend verhaal van iedere groep, de publieke belangstelling vast te houden. Daarmee begint de echte strijd om groepsgerichte aandacht. Er ontstaat een economisch, cultureel en politiek krachtenveld waarbinnen digitale barrières tegen specifieke aandachtsgebieden worden opgericht en aandacht gemanipuleerd wordt. Algoritmen en zelflerende AI tasten de geloofwaardigheid van alle vormen van aandacht desgewenst aan.
Hoe misvormd de gevraagde aandacht inmiddels kan zijn, is duidelijk. Publieke vaardigheid om kaf en koren te scheiden is nodig. Meer dan ooit gaat het om feitelijkheid omschreven als de aangeleerde gewoonte alle informatie over een aandachttrekkende gebeurtenis niet direct als betrouwbaar te beschouwen.