Rad — wiel betekenis & definitie

Een cirkelvormig plat lichaam, dat om een as kan draaien. Beide woorden hebben volkomen dezelfde beteekenis.

In sommige samenstellingen wordt meer het eerste, in andere meer het tweede gebruikt. In enkele streken van ons land wordt rad buiten samenstelling niet gebruikt. Men zegt zoowel het vijfde rad aan een wagen, als een tweewielig voertuig. Een kamrad, een vliegwiel.

Radbeslag, wielschoen. Onder het rad raken , een rad voor de oogen draaien, in de melen rijden, een spaak in ’t wiel steken. In figuurlijken zin altijd raddraaier, in eigenlijken steeds wieldraaier.