Gaan — loopen — kuieren — wandelen betekenis & definitie

Zich voortbewegen. Wanneer loopen tegenover gaan wordt gesteld, dan geeft het eerste te kennen, dat de beweging met zekere snelheid of haast plaats heeft.

Men gaat met negotie langs de deur. Men loopt iemand tegen het lijf. Bij uit¬breiding drukt gaan ook uit eene plaatsverandering zonder daarbij bepaald aan beweging met de voeten te denken, bij loopen is dit laatste altijd het geval. Hij gaat met den trein naar Leiden, zijn broeder zal dien weg loopend afleggen. Wandelen en kuieren geven eene zeer langzame be¬weging te kennen, tot uitspanning of voor de gezondheid, dikwijls zonder een bepaald doel.