Fakkel — flambouw — toorts betekenis & definitie

Drie benamingen voor met pek en harst besmeerd touw, dat aan een staak gebonden en daarna aangesto¬ken wordt, ten einde bij optochten licht te verspreiden. Flambouw en toorts zijn aan het Fransch ontleend, fakkel aan het Latijn.

In figuurlijken zin wordt wel fakkel, doch niet flambouw of toorts gebruikt. De oorlogsfakkel. Een optocht met fakkels, met toortsen of met flambouwen. In samenstellingworden de beide laatste woorden minder gebruikt; men spreekt wel van fakkeldrager, fakkeltocht, fakkeldans; voor fakkellicht hoort men ook toortslicht.