Eendrachtig — eenparig — eens — eensgezind — eenstem¬mig betekenis & definitie

Overeenstemmend in neiging, meening of daden. Eens geeft te kennen, dat twee ot meer personen in gevoelen of meening overeenstemmen; een¬drachtig , dat twee of meer personen overeenstemmen in gezindheid en daardoor met denzelfden wil gezamenlijk voor hetzelfde doel werkzaam zijn; eenparig dat zij dit op dezelfde wijze en gezamenlijk doen; eensgezind, dat zij in neiging en gezindheid overeenstemmen, het ziet minder op de handeling.

Eenstemmig zijn zij, die hetzelfde willen en dit in woorden of daden uitdrukken. Onze commissie werd het over de te nemen maat¬regelen nog al spoedig eens, en toen wij die vervolgens aan het oordeel der vergadering onderwierpen, was deze eenstemmig (eenparig) van ge¬voelen, dat ons voorstel aannemelijk was. Op het pinksterfeest waren de apostelen eendrachtig bijeen, in het bidden volhardende. In dit huisgezin laat de eensgezindheid nog al te wenschen over. Eendracht maakt macht.